Geplaatst op 4 Reacties

Rijangst

Vannacht droomde ik dat ik in de auto reed. De knopjes van de richtingaanwijzers zaten op de linkermouw van mijn jas, maar die had ik uitgetrokken onderweg. Als ik af wilde slaan moest ik steeds zoeken naar die mouw en dan was ik te laat en sloeg ik af zonder richting aan te geven.

Autorijden is nooit mijn ding geweest. Eigenlijk wilde ik het ook nooit leren. In Amsterdam was dat geen probleem, daar was het heel gewoon om alles met het openbaar vervoer te doen. Toen we naar Breukelen gingen verhuizen nam ik me voor dat ik daar op les zou gaan. Ik wilde heel graag kinderen en ik vond dat een moeder moest kunnen autorijden.

Zwanger van de oudste haalde ik mijn rijbewijs. Toch voelde het nog steeds alsof het iets was wat niet bij me paste. Als we naar schoonfamilie in Den Bosch gingen dwong ik mezelf op de heenweg te rijden. Ik was er de dag van tevoren al zenuwachtig van en kwam steevast trillend uit de auto. Jarenlang bracht ik de kinderen naar school in Maarssen, zo’n twintig minuten rijden. dat ging prima. Als ik maar precies weet wat ik tegen ga komen, dan lukt het wel. Verder bleef het een gevecht met mezelf.

In februari dit jaar besloot ik de strijd op te geven, tegen ieders advies in. Het rijden gaf me helemaal niet de beloofde vrijheid, het bracht me angst en stress. Ik wilde er niet meer continu mee bezig zijn. Bovendien vond ik reizen met de trein heerlijk. In de buurt zou ik wel gewoon blijven autorijden.

Ik was opgelucht, er viel een last van mijn schouders. Maar toen kwam corona en durfde ik ook niet meer met de trein (op twee keer een kwartiertje na). En inmiddels voel ik me behoorlijk opgesloten in Stichtse Vecht en zou ik willen dat ik iemand was die zonder angst de auto pakt. Natuurlijk rijdt Thad me wel eens ergens heen, maar ik wil gewoon mijn eigen weg kunnen gaan.

Omdat ik er echt even uit moet ga ik straks met de trein naar Woerden. Dat is maar één halte vanaf hier, maar eigenlijk ken ik Woerden helemaal niet. En dat is precies waar ik zin in heb: iets nieuws. Nieuwe indrukken en even in mijn eentje op pad. Vandaag ontsnap ik uit Breukelen! Hoera!

Geplaatst op 2 Reacties

Boontjes doppen

Mijn vader vond het altijd belangrijk dat we banden konden plakken. Hij deed het ons voor en hielp erbij en na een paar keer moesten we het zonder zijn hulp doen. Ik vond het een rotkarweitje, vooral de achterband. Daarbij had ik een fiets die niet meegaf, het plakken lukte nog wel, maar het laatste stukje band kreeg ik er met geen mogelijkheid weer op.

Ik herinner me dat ik in de achtertuin soms eindeloos lang bij mijn fiets zat met dat laatste stomme stukje wat niet lukte. Als ik dan zag dat mijn moeder binnen in de keuken met het avondeten begon was ik opgelucht. Dan zou mijn vader wel gauw naar buiten komen om me te helpen. Eerst moest je het zelf proberen en niet opgeven, als het uiteindelijk echt niet lukte en heel lang duurde kreeg je hulp. Het kwam altijd goed uiteindelijk, dat wist ik wel, en ik zat het geduldig uit.

Toen ik achttien was ging ik op kamers in Amsterdam. Vlak bij waar ik woonde zat een fietsenmaker aan de Maasstraat /hoek Churchill-laan. Bij mijn eerste lekke band ging ik erheen en vroeg wat het kostte om hem te laten plakken. Tien gulden was het. Ik vond het een koopje. Veel liever werkte ik wat extra uurtjes in de ECI boekhandel waar ik een bijbaantje had dan dat ik ooit nog een band zou plakken. En het mooiste: ik mocht het nu zelf bepalen. Wat een luxe! Vanaf die tijd bracht ik mijn lekke banden altijd naar de fietsenmaker.

Tot ik Thad ontmoette. Die was als racefietser, mountainbiker en techneut verbijsterd dat ik mijn fiets niet zelf repareerde. Ik legde het uit – ik weet niet of hij het helemaal begreep – maar vanaf dat moment plakte hij mijn banden en was hij niet alleen mijn man maar ook mijn persoonlijke fietsenmaker. Beter kon het eigenlijk niet.

Totdat we kinderen kregen. Toen ze wat groter werden vond Thad dat ze zelf hun fiets moesten kunnen repareren. Hij leerde ze nieuwe spatborden op hun fietsen zetten, kratten bevestigen, kettingen erop leggen, kapotte fietslampen repareren en… banden plakken. De kinderen vinden het verschrikkelijk en vragen zich mopperend af waarom ze niet gewoon naar de fietsenmaker mogen. Alle anderen mogen dat ook! De geschiedenis herhaalt zich.

‘Het heeft geen zin,’ probeerde ik nog. ‘Als ze straks op zichzelf wonen brengen ze hem toch weg.’

Maar Thad vindt het onzin. ‘Wat doe je dan als je ergens in de middle of nowhere een lekke band hebt? Bel je dan de wegenwacht?’

‘Nee, dan bel ik jou of je me met het fietsenrek kunt komen ophalen,’ zei ik. Ik deed alsof dat grappig was, maar ik wist natuurlijk dat hij gelijk heeft. Net zoals mijn vader gelijk had. Je moet gewoon je eigen boontjes kunnen doppen.

Geplaatst op 4 Reacties

Wat is succes?

De afgelopen maanden heb ik veel nagedacht over mezelf en waar ik sta. De eerste helft van 2020 had ik meerdere leuke opdrachten en ik was super trots dat Sanne Schildert zo goed liep. Als mensen ernaar vroegen was dat ook fijn om te kunnen vertellen, alsof ik daarmee kon laten zien dat ik het echt kon. Blijkbaar had ik daar dus behoefte aan, was ik bang om anders niet serieus genomen te worden, of misschien wilde ik wel graag succesvol zijn.

Dat had ik niet van mezelf gedacht. Ik, die zo mijn eigen weg ga, was toch weer bezig met wat anderen zouden vinden van mijn keuzes en van wat ik nu doe. Ik vond dat zonde, want het liefst blijf ik zo dicht mogelijk bij mezelf.

Toevallig of niet, maar met de komst van corona kreeg ik het een stuk rustiger met opdrachten. En ik vond het heerlijk. Ik zat niet stil maar bouwde aan m’n website, schreef stukjes, nog meer stukjes, schilderde, oefende elke dag een uurtje handlettering, fietste en wandelde, genoot van de natuur en las inspirerende boeken. Ik oefende, groeide en leerde zóveel. Daarvoor had ik geen stok achter de deur nodig, eerder moest ik mezelf af en toe afremmen. Ik wist waar ik heen wilde en voelde me gelukkig.

Maar als iemand me vroeg: ‘hoe gaat het met je bedrijf?’, dan wist ik niet zo goed wat ik moest antwoorden. Blijkbaar vind ik dat ik alleen mag zeggen dat het goed gaat als ik ook veel geld verdien. Maar eigenlijk vond ik het zelf juist heel erg goed gaan nu. Kon niet beter.

Ik besloot de komende tijd puur mijn gevoel te volgen en te maken wat ik graag wil maken en te schrijven wat ik graag wil schrijven. Want door deze ‘pauze’ wist ik dat precies. Er is ruimte nodig om notitieboekjes met allerlei ideeën te vullen, om je te laten inspireren door de natuur, literatuur of kunst en om te voelen wat je diep van binnen het allerliefste wilt doen.

Vanochtend was iedereen weg. De kinderen zijn een half jaar thuis geweest van school, maar nu sinds een week weer begonnen. De man mocht ook een ochtendje buiten de deur werken. Het was heerlijk om weer eens alleen thuis te zijn. Ik schilderde deze eekhoorn en werd er blij van. (Ik denk dat ik er een kerstkaart van ga laten maken voor in mijn webshop.)

En als er weer eens iemand vraagt hoe het gaat met Sanne Schildert zal ik antwoorden dat ik schilder en schrijf, en dat dat me heel gelukkig maakt. Precies zoals het is.

Geplaatst op 2 Reacties

Rotdag

Het was een rotdag. Het wilde allemaal niet, mijn oren zaten al een week dicht en ik was nog moe ook. Gisteravond kregen we een telefoontje dat een vriendje van de kinderen corona-achtige klachten had en getest was. Onze kinderen waren beiden met hem opgetrokken en opeens voelde corona heel dichtbij. Ik dacht dat ik er heel rustig onder was, maar toch sliep ik niet echt lekker. Eigenlijk waren we allemaal een beetje van slag, want wat mochten we nu zelf wel en niet doen? Wat was verantwoord? De kinderen hadden geen klachten maar ik vond het toch heel ingewikkeld.

Ik ging na veel getwijfel gelukkig wel mijn oren laten uitspuiten. De boel klaarde een klein beetje op in mijn hoofd, maar niet genoeg, ik maakte me zorgen. Toen ik wilde terugfietsen van de huisarts kreeg ik mijn fiets niet meer open. Ook dat nog. De sleutel zat muurvast, geen beweging in te krijgen. Ik tilde mijn achterband op en ging lopen. Een aardige oudere dame, die wat helderder was dan ik, informeerde wat er aan de hand was. Ze gaf de tip even hard tegen de sleutel te duwen. En warempel: het slot sprong open.

Thuis probeerde ik of de fiets nog op slot kon, maar de sleutel zat nog steeds muurvast. En opeens werd ik zo verdrietig, alsof alle corona-ellende eruitkwam. Ik wist even niet hoe het allemaal verder moest en er kwamen veel tranen. Veel teveel voor wat er aan de hand was, alsof een grote emmer opeens overliep. Zou het ooit weer normaal worden? Hoe zou het gaan op de middelbare scholen de komende tijd? Wanneer kan ik mijn ouders weer een knuffel geven? Zouden we corona krijgen?

Gelukkig bestaan er vriendinnen die je kunt bellen, dat helpt. En na een appje belde Thad ook nog even vanaf zijn werk. En aan het einde van de middag kwam het verlossende bericht: geen corona. Er viel een grote last van mijn schouders en ik voelde me meteen nog moeier.

Ik besloot gewoon te gaan sporten, even bewegen zou me goeddoen. Maar ook dat liep anders: de juf was de les vergeten… (wat ik overigens helemaal kan begrijpen want ook daar is alles anders en hulde aan onze sportjuffen die er samen voor zorgen dat we toch nog kunnen sporten in deze gekke tijd)

Vandaag was duidelijk niet mijn dag. Ik legde me erbij neer en ging tekenen. En ik maakte dit hartje, waar ik helemaal blij mee ben. En straks zet ik een kop thee en ga ik vroeg naar bed. Zo komt het toch nog goed vandaag.

Geplaatst op 1 Reactie

Persoonlijk

Mijn stukjes gaan vaak over persoonlijke dingen. Het liefst schrijf ik nu eenmaal over alles wat dicht bij me staat. Tijdens het schrijven denk ik daar niet zo veel over na, ik schrijf wat ik wil schrijven. In het echt ben ik ook vrij open denk ik, dus voor mij is het niet iets heel engs. Bovendien weet ik heus wat ik wel en niet wil delen. Als ik mijn verhaaltje post voel ik wel altijd even zenuwen. Alsof ik me dan opeens realiseer waar ik mee bezig ben. En toch doe ik het.

Gisteren kreeg ik een mail van een bekende die zei: Ik vind je verhalen leuk en goed geschreven. Ik lees ze niet altijd, omdat ik je ken voel ik me soms een beetje een voyeur als het om persoonlijke dingen gaat, alsof het niet voor mij bestemd is.

Daar moest ik even over nadenken. Ik snap hem wel, mooi dat hij dat zegt, en tegelijkertijd is het ook heel grappig dat ik iets de wereld in slinger en dat hij zich dan een voyeur voelt als hij het leest. Zo zijn er wel meer van die dingen. Als iemand me in het dorp enthousiast aanspreekt: Ik lees al je stukjes!, dan voel ik me opeens ook heel verlegen. Vaak weet ik niet zoveel over degene die het zegt en dan realiseer ik me dat de ander dus wel best veel over mij weet. Een beetje alsof ik in mijn blootje sta. En toch vind ik het juist heel fijn om te horen dat ze gelezen worden. Dat maakt me blij, dat niet alleen ik ervan geniet, maar dat het een ander ook iets brengt.

Sinds ik ze post op mijn site lezen mijn ouders ook af en toe mee. Ze zitten niet op social media, dus het was nieuw voor ze. Ik vond dat eigenlijk het engste, dat zij zouden lezen wat ik denk en schrijf. Is dat niet wonderlijk, dat je dus het meest bang bent voor de mening van mensen die juist zo dicht bij je staan? Maar het valt reuze mee in de praktijk. Thad leest ze praktisch nooit, voor hem valt er misschien ook weinig nieuws te lezen. De kinderen vinden het leuk om de plaatjes te bekijken, die hebben geen zin in die stukjes, al betrap ik ze er soms op dat ze toch hebben meegelezen.

Ik leer er veel van. Vooral om mijn eigen weg te gaan. Niet teveel te denken aan wat anderen vinden, maar doen wat ik zelf wil doen. Dat gaat met vallen en opstaan. Als je niets doet of zegt zal ook niemand je stom of raar vinden. Dat is veel veiliger natuurlijk. Maar dat is nu eenmaal niet wat bij mij past.

Geplaatst op 2 Reacties

Is dat heimwee?

Vandaag kwamen we terug van vakantie. We zagen daar niet de zon ondergaan in de Portugese zee, leerden niet surfen, aten geen verse vis in kleine haventjes, brachten geen bezoek aan Lissabon en Sintra en ik tekende niet elke dag een variant op een Portugees haantje of tegeltje. Vanwege de corona gingen we niet naar Portugal maar naar Holten.

We fietsten over de Holterberg waar de hei uitbundig bloeide en zagen eekhoorns, konijnen, Vlaamse gaaien, een prachtig jong hertje en bijenlinten vol kleurige bloemen. Op ons terras was een steeds terugkerend roodborstje en een beetje verfomfraaide eend die gezellig naast onze stoelen kwam liggen. Ik werd op de eerste dag door een wesp gestoken en Jip op de laatste, kortom: we beleefden de natuur.

Met Thad bezocht ik het Natuurmuseum op de Holterberg. Een echt museum nog, met rijen opgezette dieren en prachtige diorama’s (ik ben er dol op!). We haalden herinneringen op aan de keer dat we er met de kinderen waren, jaren geleden, ze waren kleuters nog en ze vonden het geweldig, maar nu wilden ze niet meer mee. Met hen gingen we een dagje naar Deventer en Zutphen en zij vermaakten zich verder in het buitenzwembad.

En toch er gebeurde er wat er meestal gebeurt als ik op vakantie ben. Halverwege begon ik aan mijn werkkamertje te denken. Aan mijn verf, mijn tekenspullen en aan mijn computer. Ik had zin om te schrijven en te schilderen. Ik realiseerde me, net als de afgelopen jaren, dat ik eigenlijk best heel tevreden ben met mijn dagelijks leven. Dat ik het zelfs mis op vakantie. Is dat heimwee? Ik denk van niet, het is niet dat ik dan verdrietig ben of thuis zo mis, meer dat ik zoveel ideeën heb waar ik op vakantie zo weinig mee kan.

Of toch wel? Als ik ‘s avonds op dat rommelige onderlaken ging liggen (waarom kan dat nou nooit een gewoon hoeslaken zijn in vakantiehuisjes?) dacht ik stiekem ook wel vaak aan mijn eigen bed. En als er ‘s nachts allerlei eikeltjes op het dak ploinkten en het pikdonker was, dacht ik weleens dat er iemand op het raam klopte. En als Jip zich in zijn slaap omdraaide werd ik wakker van een bons tegen onze muur en dacht ik dat er misschien een inbreker was.

Vanochtend pakten we de hele zooi weer in en reden we naar huis. Thad vroeg of ik nog iets wilde doen onderweg. Eigenlijk niet. Ik popelde. Thuisgekomen sloegen we eerst aan het opruimen en wassen. Er was hele leuke verrassingspost van een lieve vriendin en ik belde met haar. Mijn vader kwam langs met welkom-thuis-bloemen en dronk een kopje koffie met ons. En daarna ging ik schilderen. Na het eten gaf Thad mijn koffie al aan: ‘Neem maar mee naar boven, ga maar even je gang!’ Hij kent me.

En straks duik ik in ons lekkere zachte bed, waarvan het hoeslaken goed strak om het matras zit. Er valt altijd wel een streepje licht de kamer binnen en ik ken de geluiden van de nacht. Precies zoals ik het fijn vind.

Geplaatst op 6 Reacties

Penvriendinnen (2)

Dit blog wilde ik al heel lang schrijven en toch heb ik het steeds uitgesteld. Ik vond het moeilijk, was bang om niet de juiste woorden te vinden, ik wilde dat het precies goed zou zijn. Gisteravond besloot ik dat het tijd was. En dat het niet perfect hoeft te zijn. Je kunt nu eenmaal niet alles vatten in één verhaaltje. Ik heb thee gezet, een kaarsje aan gedaan en de doos met al haar brieven erbij gepakt. Ik begon weer met lezen vanaf het begin.

In november 2014 werd bij Thads nicht kanker geconstateerd. Een enorme schok uiteraard. We stuurden haar een kaart om te laten weten dat we aan haar dachten. Zelf begon ze een blog om iedereen op de hoogte te houden. Ik kende haar niet heel erg goed, maar zij was wel iemand met wie ik het altijd gezellig had op familiefeesten. Ik besloot haar geregeld een kaart te sturen. Eigenlijk kun je zeggen dat ik terugschreef op haar blog.

In december 2014 schrijft ze in haar blog dat ze vastbesloten is van elke dag haar lievelingsdag te maken. Ze weet inmiddels dat haar ziekte niet meer te genezen is. Ze is strijdlustig en wil ervoor zorgen dat er nog heel veel lievelingsdagen zullen zijn.

Tot mijn verrassing beginnen er kaarten terug te komen. Ik voel me bezwaard, dat hoeft toch niet! Maar ze verzekert me dat ze het juist fijn vindt om te schrijven. Het is grappig om te zien dat er al gauw een extra vel papier in elke kaart zit, de ruimte wordt te krap. We gaan over op brieven.

Ze verslaat alle statistieken. Ze is erbij als haar kinderen slagen voor hun middelbare school en gaan studeren, leert de grote liefde van haar dochter kennen, zet zich in voor verschillende goede doelen en geniet van alle momenten samen met haar gezin en familie. Zowel lichamelijk als mentaal zijn het zware jaren met veel behandelingen en operaties. Ze verliest haar moeder en daarna haar beste vriendin, die ook ziek was. En toch blijft ze altijd de lichtpuntjes zien.

We schrijven over alles. Over mooie en verdrietige dingen. In 2016 schrijf ik haar dat ik twijfel ik of ik door moet gaan met mijn leuke baan als redacteur. Ik voel me opgesloten in een soort ratrace. Ze schrijft me de volgende dag al terug, ze móést gewoon meteen schrijven. Het is een wijze en warme brief, mijn favoriete brief, waarin ze me niet zegt welke keuze ik zou moeten maken, maar wel dat ik mijn hart moet volgen en heel bewust moet kiezen. Niet mee moet blijven rennen in een steeds sneller draaiende maatschappij, maar goed voor mezelf moet zorgen. Ze voelt als een mentor, ze is zo wijs en zonder oordeel. Niet lang daarna word ik ziek en neem ik ontslag.

We genieten beiden van onze brievenschrijverij, leren via het schrijven elkaar, elkaars gezinnen en gedachten kennen. Er groeit een bijzondere, dierbare vriendschap. En door alles wat ze al overwonnen heeft begin ik te geloven, wíl ik geloven, dat ze onoverwinnelijk is. Want ik wil haar niet missen.

Geplaatst op 6 Reacties

Mannen…

Eindelijk hebben we vakantie! De kinderen (13 en 15) zitten al sinds half maart thuis, het werd tijd dat wij ook even niets hoefden. Gezellig samen dagjes weg had ik bedacht, maar dat blijken de jongens helemaal niet te willen. Geen haar op hun hoofd. Ze zouden zich doodschamen en doodvervelen.

En dus hebben Thad en ik nu al twee middagen samen gefietst. Als een echtpaar met pensioen, alleen dan zonder elektrische fietsen. We zijn hier heel verschillend in. Ik doe het liefst een route, dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben, hoe ik moet rijden en hoeveel kilometers we maken. Thad houdt meer van avontuur en heeft bovendien een feilloos richtinggevoel waardoor hij geen kaart nodig heeft.

Toen ik zei dat ik graag naar de IJsbeer in Vinkeveen wilde fietsen (1 bolletje ijs moest kunnen op zo’n warme dag) verzekerde Thad me dat hij de weg wel wist. Onderweg besloot hij echter zonder overleg dat hij er een leuke toeristische route van kon maken. En zo belandden we na een flink stuk fietsen bij een sluisje waarvan het bruggetje ons niet naar Vinkeveen ging leiden. Er zat niks anders op: we moesten een eind terug. Meestal maakt me dat een beetje knorrig maar vandaag eigenlijk niet, ik was in vakantiestemming. Het gemopper kwam daarna pas.

‘Het is denk ik het handigste om het Bellopad te nemen’, zei hij even later. Anders moeten we wel erg ver om. Het was snikheet en ik wist het even niet meer. Het Bellopad is ons favoriete wandelpad, een oud spoorlijntje vol met kiezels. Het leek me niks op de fiets. Ik stemde nukkig in en stuiterde mopperend over het pad. Alles in mijn mandje rammelde oorverdovend en ik was bang om te vallen. Thad had er geen enkel probleem mee, hij deed gewoon alsof hij op zijn mountainbike zat en was in zijn sas.

Halverwege het eindeloze wandelpad trapte ik na wat flinke hobbels opeens in het niets. Ketting eraf. Nu was de maat vol. Ik was boos: waarom konden we nou nooit een normaal tochtje fietsen? Thad zette zonder ook maar te zuchten mijn opoefiets op zijn kop, maakte vakkundig de kettingkast los en legde de ketting er weer op. Ik denk eigenlijk dat hij er stiekem van genoot, hij houdt niet van saaie tochtjes.

En EINDELIJK, heel veel gehobbel en gestuiter later, waren we bij de IJsbeer. Ik bestelde uit frustratie twee bollen, één after eight en één cappuccino. Thad nam pistache en framboos. Tevreden zaten we op een bankje aan het water ons ijs te eten.

‘Zullen we terug de snelle route maar nemen?’ vroeg hij.

Dat leek me een goed idee.

Geplaatst op 4 Reacties

Hoe ik zou willen zijn

Vanochtend bij Pilates voelde ik weer ruimte in mijn hoofd komen. Ik vroeg me af waarom ik al een paar weken niet geweest was, het doet me zo goed! Op de Pilatesmat neem ik me vaak voor het helemaal anders te gaan doen. Ik wil dan graag zo iemand zijn die drie keer per week sport: slank, fit, gespierd en vooral ook heel erg zen. Salades eten als lunch, genieten van kopjes thee en elke avond op tijd naar bed. Mijn nagels mooi lakken, iets leuks met mijn haar doen in plaats van het eeuwige knotje, misschien zelfs eens een maskertje proberen? Een keer naar de schoonheidsspecialiste? Van die dingen die verzorgde vrouwen doen. Alleen het denken hierover geeft al een goed gevoel. Aan het einde van de les waan ik me alvast twee kilo lichter en drie jaar jonger en ben ik vol goede moed. Ik kan dat wel.

Hoe ik ben

Terug in het echte leven is het gauw vergeten. Ik maak bij voorkeur fietstochtjes naar plekken waar goede cappuccino is of waar lekker ijs te halen valt, met de smoes dat het zo leuk is om een doel te hebben. Als het bij thuiskomst half vijf geweest is dan mag er een fles wijn open (alleen in het weekend, dat wel) Bij mooi weer steken we de barbecue aan en eet ik ongemerkt ook weer meer dan zou moeten. En ondertussen verheug ik me op vrijdag als de mannen van de notenkraam weer terug van vakantie zijn en we eindelijk weer goede noten in huis zullen hebben. Elke avond ga ik later naar bed dan ik wil, vooral omdat de kinderen vakantie hebben en eindeloos opblijven. De structuur is er al maanden uit hier en zo is er trouwens altijd wel wat. Om hopeloos van te worden toch?

Ik lak soms wél mijn teennagels, even gauw tussendoor zonder te wachten tot het goed droog is. Er zit altijd lak naast maar dat slijt er wel af in een paar dagen. Het is een begin.

Geplaatst op Geef een reactie

Een perfect weekend

Vorig weekend waren we met mijn hele familie op Texel, wat heel gezellig was! Ik hou van Texel en ik vind het altijd fijn om weer even in Noord-Holland te zijn, waar ik vandaan kom. Lekker ver kijken over de weilanden, de geur van duinroos en het geluid van de zee, schelpen zoeken, vliegeren…

Afgelopen week werkten we gewoon en omdat Thad nog steeds thuiswerkt op de overloop kunnen we daar niet wassen. Er lag zaterdag dus een stapel (vakantie)wasgoed te wachten. Het was dan ook heerlijk dat we dit weekend helemaal niets hadden gepland. Zaterdag draaide ik achter elkaar vier wassen en ruimde ondertussen mijn werkkamer een beetje op, wat hard nodig was. Ik sorteerde mijn verf, pennen en potloden en werd blij van al deze fijne materialen en vooral ook van mijn steeds netter wordende kamer. Ik bedacht dat ik toch maar beter niet in een tiny house kan gaan wonen, wat me altijd zo leuk lijkt. Qua kleding zou het misschien wel lukken maar ik heb daar echt te veel tekenspullen voor.

Het regende lekker door de hele dag, goed weer om het huis nog even helemaal te stofzuigen en wat te boenen. Daarna maakte ik lasagne en ‘s avonds deed ik niets meer, ik voelde me volkomen ontspannen want alles was weer enigszins op orde.

Zondag hadden we zin om te gaan wandelen en we reden naar Broek in Waterland waar een leuke route van 10 km was. We struinden tussen de koeien door de weilanden en zagen zoveel prachtige oude huisjes, veel in lichtblauw geschilderd, bijna allemaal met kleine verzamelingen in de vensterbanken en volle boekenkasten in de woonkamer. Echt van die thuishuizen. Afgezien van de vogelpoep op de brugleuning waarin ik greep, de koeienvlaai waarin ik weggleed en de tekenbeet in Thad zijn been was het een hele fijne wandeling.

De horecagelegenheden onderweg waren allemaal dicht op zondag, maar we hadden krentenbollen en water meegenomen dus dat was prima. Aan het eind van de wandeling bleek er een terras bij de kerk open. In de kerk was een cafeetje waar de mooiste zelfgebakken taarten stonden en waar je goeie koffie kon krijgen. We kozen iets lekkers, gingen ermee in het zonnetje zitten en ik tekende nog wat. Ik besloot dat het een perfect weekend was geweest.