Geplaatst op Geef een reactie

Wat ik van mijn man kan leren (o.a.)

zelfportretje zonder knotje

Gisteren stond de kledingkast van mijn man open. Ik ging op het bed zitten en keek er eens goed naar. Het zag er jaloersmakend rustgevend uit. Vier dunne truien op één plank, drie dikke op een andere, een stapeltje shirts op weer een andere en een paar opgevouwen broeken op nummer vier. Op de bovenste plank lagen twee fietshelmen. Er was op elke plank héél veel ruimte over.

Ik zette mijn kast ook open en ging weer zitten. Het verschil was enorm. Op elke plank van mijn kast liggen twee stapels naast elkaar én een erachter. Ik koop niet veel kleding, dit najaar kocht ik 1 blouse en 1 trui met korte pofmouwen. Eerder dit jaar investeerde ik in een paar goede broeken en t-shirts en kocht ik twee mooie zomerjurken. Valt alles mee toch? Of misschien ook niet?

Mijn kast ligt sowieso bomvol met oude spullen. Jurken die ik wel weer aan kan als ik eindelijk en paar kilo afval, stokoude shirtjes die best nog ergens onder gedragen kunnen worden, kleren die vies mogen worden bij het schilderen, wandelen of in de tuin werken, vesten van 10 jaar oud die lelijk maar nog wel heel warm zijn, etc etc. De sokkenla puilt uit van de zomersokken, warme sokken voor op de bank, gewone sokken, slaapsokken, sportsokken, yogasokken. Ter vergelijking: mijn man zijn ondergoed en sokken passen in één la. Ik heb er daar twee voor nodig. Hoe doet hij dat?

En hoe kan het dat ik steeds maar aan het opruimen ben en hij praktisch nooit? Terwijl ik in de bende zit en hij niet? Is dat geen vreemde tegenstelling?

`Heb jij dit najaar al kleding gekocht?’ vroeg ik hem.

Nee, ik kijk wel even in de uitverkoop in januari,’ antwoordde hij afwezig. `Ik heb nog wel genoeg.’

Ik denk dat ik nog veel van mijn man kan leren. Doordat hij zo weinig spullen heeft hoeft hij niet steeds op te ruimen. Als hij zijn kast opendoet, ziet het er altijd prima uit. Wat een rust moet dat geven. Ik begin toch maar weer met opruimen. Als ik elke dag een plank of een la aanpak moet het lukken. Er moet flink veel weg, dat is duidelijk.

Wat denk je, zal het me deze keer wél lukken? En hoe doen jullie dit?

Geplaatst op 1 reactie

Leo Vroman

Soms ken je iemand al heel lang en dan weet diegene je toch ontzettend te verrassen met iets. Dat had ik dus pas geleden met Hélène, de vrouw van Thads vader. We kennen elkaar nu bijna 22 jaar, maar laatst aan de telefoon vertelde ze me opeens over haar briefwisseling met… Leo Vroman. Ja, echt! Ik was stomverbaasd.

Dat ze elkaar gingen schrijven kwam zo:

Toen Hélène in het laatste jaar van haar middelbare school zat – ze was zeventien, het was 1969 – koos ze als onderwerp voor haar scriptie Nederlands: Poëzie van Nederland. ‘Van elke letter wil ik een dichter behandelen,’ schrijft ze in het voorwoord. ‘Ik zal wat vertellen over hun leven, hun generatie en hun werk.’

Om meer te weten te komen over de dichters besluit ze om ze een brief te schrijven waarin ze hen een aantal vragen stelt. En het mooie is: ze krijgt brieven terug. Handgeschreven brieven van Hans Andreus, Cees Nooteboom, Bertus Aafjes en een prachtige geïllustreerde brief van Leo Vroman. Met Vroman is dit het begin van een correspondentie die zo’n drieënhalf jaar zal standhouden.

De eerstvolgende keer dat we bij Hélène waren kreeg ik een plakboek en een oude, fraaie doos van een pâtissier in mijn handen gedrukt. ‘Lees het thuis maar,’ zei ze. Het lukte niet helemaal om zo lang te wachten, toen de jongens haar even met de computer hielpen zat ik al stiekem met mijn neus in die doos natuurlijk. Sindsdien laten de brieven me niet meer los. Gelukkig mag ik ze voor langere tijd lenen.

Het bijzondere is ook, dat goede vriend George – die helaas anderhalf jaar geleden plotseling overleed – mij ooit op het hart drukte: Je moet echt Hoe mooi alles lezen (over Vroman en zijn vrouw). En dat Leon van der Sanden, die mij ook zo dierbaar was en rond diezelfde tijd overleed, auteur en regisseur van het gelijknamige toneelstuk was. En nu komen deze brieven op mijn pad en is het tijd om me eens echt in Vroman te gaan verdiepen. Als je iets steeds maar tegenkomt, dan moet je daar misschien iets mee. En dat wil ik ook heel graag.

En dus ben ik begonnen om de brieven te ontcijferen en over te typen. Een heerlijke klus. Wat een sympathieke, creatieve, intelligente man moet hij zijn geweest. Ook ben ik vanochtend naar de bieb gegaan om wat dichtbundels van hem te lenen en voor de vakantie ligt Hoe mooi alles klaar. Het is fijn om me weer eens ergens helemaal in te verdiepen, net als vijf jaar geleden tijdens het illustreren van Jane (Austen) voor iedereen. Het voelt een beetje als een nieuw project, maar ik heb nog geen idee waar het heen gaat en of het überhaupt ergens heen gaat. Maar één ding is zeker: leuk is het wel!

Geplaatst op 1 reactie

Boekrecensie

Laatst heb ik namens Broese weer een boekrecensie geschreven voor de Nieuwe Utrechtse Krant, ik deel hem hier ook weer even, wellicht leuk zo voor de vakantietijd:

‘Het meisje dat naar de sterren luisterde’ van Kelly Barnhill: avontuurlijk, magisch en vol levenslessen.

Natuurlijk geef je als boekverkoper tips aan klanten, maar het gebeurt vaak genoeg ook andersom. Heel leuk vind ik dat. Ik noteer die titels altijd in een schriftje dat ik op het werk heb liggen, zodat ik ze niet vergeet.

Even geleden had ik het met een klant over onze favoriete kinderboeken. Het was een fijn gesprek en we bleken dezelfde smaak te hebben. ‘Je moet echt Het meisje dat de maan dronk lezen,’ zei ze, ‘dat ga je heel mooi vinden.’

Een paar weken later kwam er een nieuw jeugdboek binnen dat me meteen aansprak: Het meisje dat naar de sterren luisterde. Het bleek van dezelfde auteur te zijn als Het meisje dat de maan dronk, dus ik besloot het meteen te gaan lezen. 

En genoten heb ik! Het omslag heeft al iets magisch, en het verhaal is dat zeker. Het gaat over een dorp waar het leven een aantal jaar geleden nog uitzonderlijk goed was, totdat zich een mysterieuze ramp voltrok. Sindsdien vertrouwen de inwoners elkaar niet meer en in het weeshuis waar Anthea woont is bovendien voortdurend te weinig te eten voor alle kinderen. Als Anthea een belangrijke ontdekking doet gaat ze samen met de andere weeskinderen op avontuur en uiteindelijk bevrijden ze het dorp daarmee van alle narigheid.

Het mooiste personage vind ik de lieve halfreus, die net buiten het dorp woont. Met haar periscoop houdt ze de inwoners in de gaten en ’s nachts legt ze stiekem het heerlijkste eten voor hun deur. Ze verbouwt van alles in haar moestuin en kan ook geweldig bakken. Door haar goede zorgen is haar tuin in een mum van tijd een paradijs met een overvloed aan voedsel. Ze heeft een groot hart, ziet in iedereen het goede, houdt van delen, en het mooiste is: hoe meer ze geeft, hoe meer ze krijgt.

Een prachtig en spannend boek voor kinderen van 9-12 jaar, maar zeker ook voor volwassenen die jong van geest zijn en geloven dat je door vriendelijk te zijn de wereld een stukje mooier kunt maken. Avontuurlijk, magisch en vol levenslessen, zo zou ik Het meisje dat naar de sterren luisterde omschrijvenEn dan nu gauw verder in Het meisje dat de maan dronk en hopen dat die fijne klant gauw weer eens terugkomt zodat ik haar kan bedanken voor haar goeie tip! 

Hierbij een linkje naar het artikel:

https://denuk.nl/broese-top-10-boekverkoper-sanne-van-der-bruggen-tipt-kelly-barnhill/

Geplaatst op 1 reactie

Transitie?

De laatste tijd schrijf ik minder stukjes dan ik zou willen. En dat terwijl er zoveel stof tot nadenken is. Misschien is dat het juist wel. Ik heb soms moeite om het op een rij te krijgen. Er gebeurt zoveel in de wereld en veel ‘zekerheden’ van vroeger lijken een beetje verdwenen. Dat laatste heeft ook voordelen trouwens: ik leer meer bij de dag te leven, plan minder ver vooruit en zie wel hoe het loopt. Zo boekten we vorige week pas onze zomervakantie in plaats van in januari al. En dat ging prima.

Ik maak me best vaak zorgen om de wereld. Wie niet? Om de oorlog, het klimaat, corona, het onderwijs, de politiek, de ongelijkheid en de armoede bijvoorbeeld. Er lijkt een chaos te zijn ontstaan die steeds erger wordt. Een tijdje geleden sprak ik een wijze vrouw die zei: we zitten in een transitieperiode. Dat is niet makkelijk en soms zelfs heel akelig en naar, maar we gaan over naar een tijdperk waarin heel veel dingen uiteindelijk beter gaan worden. Die gedachte vond ik troostend en ik nam me voor dit goed te onthouden.

Gisteren las ik er een artikel over in de krant die bij de nieuwe Flow zit. Het stuk stemde me optimistisch. Professor Rotmans vertelt erin dat we op weg zijn naar een menselijkere, gezondere en schonere maatschappij met meer gelijkheid. Dat we het kantelpunt kunnen bereiken wanneer we een kwart van de bevolking mee hebben. Dat iedereen ertoe doet en dat we allemaal het verschil kunnen maken, omdat we met onze individuele keuzes onze omgeving beïnvloeden.

Na het eten had ik het er met Thad over. Hij gelooft er niet zo in. Ik wel. Maar misschien geloof ik er wel in omdat ik erin wíl geloven. Net als dat ik geloof dat onze geest voortleeft na de dood, dat de dood niet echt het einde is. Die gedachte maakt het leven een stuk prettiger. Hoe weet je nu of je echt in iets gelooft of dat je heel graag iets wilt geloven? En is dat eigenlijk belangrijk?

En hoe lang zou zo’n transitie duren? Zou onze generatie deze mooie nieuwe wereld nog meemaken? Onze kinderen misschien? Of is het een veel langer proces? Ik ben razend nieuwsgierig naar deze nieuwe tijd en hoop dat het niet te lang zal duren. Of dat ik het na mijn dood nog zal kunnen zien op de een of andere manier. Maar ook als ik het zelf niet meer zal meemaken of zien vind ik het een fijne gedachte dat we hiernaartoe op weg zijn. En ondertussen is er in deze tijd gelukkig ook genoeg moois en leuks om van te genieten. En kunnen we zelf al veel doen om menselijker, gezonder en schoner te leven.

Wat denk jij? Zijn we op weg naar een nieuw tijdperk? Of geloof je iets anders? Ik ben benieuwd.

Geplaatst op 4 Reacties

Beroofd

Op woensdag ging ik alleen op pad in Barcelona. De jongens waren naar Camp Nou – niets voor mij – ik ging naar het Miró-museum! Het ligt op de Montjuïc, met een prachtig uitzicht over de stad. Ik voelde me zelfverzekerd en blij terwijl ik lopend en met de metro de stad doorkruiste. In mijn eentje in een grote buitenlandse stad rondlopen geeft me echt een gevoel van vrijheid.

Het museum was geweldig. Eigenlijk kende ik Miró nog helemaal niet zo goed, maar via een QR-code kreeg ik gelukkig veel informatie waardoor ik zijn schilderijen beter kon begrijpen. Ook waren er foto’s, brieven en notities van hem tentoongesteld, precies zoals ik het graag heb. Na afloop zat ik dan ook helemaal tevreden met koffie en een broodje kaas op de binnenplaats van het museum en kocht ik in de boekwinkel als kers op de taart de museumgids waarin alle werken staan die ik heb gezien.

Ik besloot nog even op de Montjuïc te blijven, het was er zo mooi. Naast het museum lag een klein parkje waar ik doorheen wandelde. Er was bijna niemand. Het was er lieflijk, het uitzicht prachtig en de halsbandparkieten vlogen krijsend rond. Opeens voelde ik iets op mijn hoofd vallen, tastte ernaar. Jakkes, vogelpoep! Ik zat helemaal onder de zwarte klodders. Een Aziatisch uitziend echtpaar dat toevallig in de buurt was begreep al snel wat er gebeurd was en gebaarde me te wachten. De vrouw toverde zakdoekjes en een flesje water uit haar tas en ze begonnen me grondig schoon te boenen. Het was wat ongemakkelijk, ze poetsten me over mijn hele lichaam en waren erg dichtbij, maar ik was ze dankbaar voor hun hulp.

Daarna besloot ik mijn hoogtevrees te overwinnen en met de kabelbaan naar de top van de Montjuïc te gaan. Adembenemend mooi! Ik wandelde langs de burcht, keek uit over de grote haven en de turquoise zee en liep de berg via de andere kant weer af. Ook bezocht ik de botanische tuin, waar ik tot mijn grote geluk voor het eerst een hop in het wild zag.

Op de terugweg naar huis besloot ik een halte verder te reizen om te kijken of ik in het winkelcentrum een nieuwe trui kon kopen. De trui die ik droeg het was mijn enige warmere en hij zat ónder de vogelpoep die ik er met water bij een toilet bepaald niet uit had gekregen. In het winkelcentrum voelde ik opeens dat mijn dierbare gouden kettinkje weg was, mijn nek was zo kaal. En het duurde nog best lang voordat ik kon geloven wie het gestolen hadden.

Ondertussen vonden we op internet dat het een bekende zakkenrollerstruc is, de vogelpoeptruc. Het was verf, geen vogelpoep en geen vogel zou denk ik ook in één keer zoveel poep kunnen produceren… mijn haren, trui, rugtas, rok en schoenen zaten onder. Ik had mazzel dat ze alleen mijn ketting hadden, gelukkig had ik de rest van mijn spullen goed weggeborgen en vonden ze niets in het voorvak van mijn rugtas, dat ze wel open hadden gekregen. (Ik dacht eerder die dag dat ik het blijkbaar per ongeluk open had laten staan.)

Ik besloot dat het allemaal wel meeviel. Noemde het zelfs een zeer vriendelijke beroving. Maar ‘s nachts kreeg ik nachtmerries en werd ik alsnog bang. Bang voor wat had kunnen gebeuren, ik was er met ze alleen, ze stopten denk ik omdat er toen iemand aan kwam lopen. Wat als het langer geduurd had? Hadden ze dan ook mijn paspoort, pasjes en telefoon kunnen stelen? Ik voelde me vies omdat ze me overal hadden aangeraakt terwijl ik ze vertrouwde. Dom omdat dit mij overkomen was en bijna iedereen reageerde met dezelfde woorden: Dat weet je in Barcelona, daar staat die stad bekend om. Alsof het daardoor mijn eigen stomme schuld was.

‘Nou mam,’ zei de oudste, ‘wij laten jou dus nooit meer alleen op pad gaan in de vakantie.’

Geplaatst op 1 reactie

Copsford en Amsterdam

De meesten van ons ervaren, denk ik, vroeg of laat in hun leven, een verlangen naar alleen-zijn, naar een eigen blokhut, buitenhuisje of kasteel, weg van de massa. Weinigen kunnen de aantrekkingskracht van dat afgelegen eiland in een glinsterende zuidzee, de in nevelen gehulde bergtop, of de stille open plek in het bos weerstaan. Sommigen overkomt die hunkering maar één keer in hun leven, anderen voelen haar altijd.

uit: Copsford, geschreven door Walter Murray

Zo begon het boek dat ik gisteren in de trein las, op weg naar Amsterdam en ik wist meteen dat ik het zou verslinden. Want ik heb die hunkering ook, en niet voor de eerste keer, ik hoor bij die anderen. Het is ook niet voor niks dat ik het liefst lees over mensen die ergens afgelegen midden in de natuur wonen, en op donderdag verheug ik me ook elke week weer op Floortje Dessing.

Gelukkig heeft Thad het ook, hij wil later graag molenaar worden en samen dromen we dan over hoe we in onze molen in de polder zullen wonen. Moestuintje erbij, beetje tekenen, lezen, schrijven, en de zon elke dag op en onder zien gaan. De kinderen dromen er bepaald niet van trouwens, en dat begrijp ik ook wel. Plus: erover dromen is heel wat makkelijker en aantrekkelijker dan ook echt zo te gaan leven natuurlijk.

Ik was onderweg naar oud-collega G. Twintig jaar geleden werkten we samen op de bureauredactie van uitgeverij De Boekerij. Zo af en toe spreken we nog eens af, en altijd weer valt de tussengelegen tijd meteen weg, we pakken de draad gewoon weer op. Ik verheugde me. Bij het Paleis op de Dam stapte ik uit de tram, een klein stukje lopen en daar zag ik haar al. Ze stond haar geveltuintje water te geven.

Het is altijd feest om bij G. te zijn. Een huis vol boeken, planten en herinneringen, een thuis-huis waar je je nooit op bezoek voelt. We klommen naar het dak en keken uit over een zonovergoten Amsterdam. Je kunt er werkelijk kijken van Sloterdijk tot Amstel, dichtbij zagen we Atlas torsen, iets verder de Westertoren, heel dichtbij de achterkanten van fraaie gevels (die duidelijk een stuk minder chic zijn dan de voorkanten). G vertelde dat ze hier in coronatijd haar gymnastiekoefeningen deed en ook hoelahoepte. Ik vond dat een prachtig beeld, zo’n hoelahoepende dame op dit hoge Amsterdamse dak. Je hebt werkelijk geen idee als je beneden in de stad loopt.

We lunchten met haar man J – auteur en vertaler, dus genoeg gespreksstof – die heerlijke geitenkaas uit Spanje had meegebracht en ander lekkers van de boerenmarkt. Daarna wandelden we door de stad langs onze oude werkplekken en langs zonnige stille grachten, en G wees me op allerlei moois. Ze kent Amsterdam zo goed! We dronken cappuccino in de tuin van de Hermitage, onder de bloesembomen die net een beetje begonnen uit te vallen waardoor het soms leek te sneeuwen. Prachtig. Zoveel bij te praten hadden we, de middag vloog voorbij.

Op de terugweg, nog vol van Amsterdam, pakte ik mijn boek weer om verder te lezen over de vervallen woning in de middle of nowhere. De tegenstelling tussen het Amsterdamse huis van G en Copsford is groot bedacht ik. Maar ik geloof dat ik van allebei evenveel houd. Ons eigen huis is een tussenweg, ook lang niet gek misschien…

Geplaatst op 4 Reacties

Winteren

Deze week mocht ik namens Broese weer een stukje voor de Nuk (de Nieuwe Utrechtse Krant) schrijven. Ik deel het hier graag met jullie, speciaal voor de boekenwurmen onder mijn lezers:

Soms komt een boek precies op het juiste moment. Voor mij was dat het geval met Winteren. Ik had het al een tijdje zien liggen, een aantal keren opgepakt. Het omslag sprak me aan, het boek trok aan me: door alle lockdowns, maatregelen, schoolsluitingen en onzekerheid voelde ik me soms ook alsof ik een beetje aan het winteren was. Maar ik had nog zoveel andere boeken die ik wilde lezen…

Drie weken geleden besloot ik dat ik het nu echt tijd werd, ik wilde het immers niet pas in de zomer lezen. De andere boeken konden wachten. Ik kocht een exemplaar.

Uitgerekend vlak daarna testte mijn jongste zoon positief, en vrij snel daarop volgden mijn man en oudste zoon. Ik sleepte mijn matras naar mijn werkkamertje, en leefde, at en sliep twee weken lang gescheiden van mijn gezin.

Winteren was het perfecte boek voor deze tijd. Katherine May laat zien hoe belangrijk het is dat we de onvermijdelijke winters toelaten in ons leven en dat we die periodes zo aangenaam mogelijk moeten zien te maken tot het weer licht wordt. We zijn vaak geneigd alleen maar te willen zomeren, of anders wel om net te doen alsof het altijd zomer is. Maar we hoeven winters niet te verbergen, ons er niet voor te schamen, ze horen erbij.

‘De natuur wintert in cycli, steeds opnieuw, voor eeuwig en altijd. Elke dag houdt ze zich met dat werk bezig. Voor planten en dieren hoort de winter er gewoon bij. Hetzelfde geldt voor mensen.’

Wat ik fijn vind aan May, is dat ze over haar eigen ervaringen schrijft in haar zoektocht naar wat haar zou helpen bij het winteren. Daarbij maakt ze kennis met allerlei winterse rituelen. Nooit is ze belerend, ze geeft ook geen rijtjes met tips. Winteren is dan ook zeker geen zelfhulpboek. Wel is het inspirerend! Ik schreef zelfs een stuk over in mijn dagboek, zodat ik het af en toe kan herlezen.

Zelf hoefde ik niet in quarantaine, maar ik bracht voor de zekerheid zoveel mogelijk tijd alleen door. Ik wandelde, schilderde, boende het huis en elke avond las ik in mijn geïmproviseerde slaapkamer een hoofdstuk uit Winteren, met een kop thee, bij het licht van een bureaulamp. Eigenlijk was het best een waardevolle periode, het was lang geleden dat ik zoveel op mezelf was. De jongens knapten op en we kregen na deze kleine winter onze vrijheid weer terug. En, zoals May schrijft: ‘de nieuwe wereld wacht op ons, glanzend en groen, bezield met het geklapwiek van vleugels.’

Hierbij de link : https://denuk.nl/broese-top-10-boekverkoper-sanne-van-der-bruggen-tipt-winteren/

Geplaatst op Geef een reactie

Echt en imperfect

Nu alle drie de mannen corona hebben, breng ik veel tijd alleen door. Ik fiets, wandel, lees, schrijf en boen. Ook keek ik al twee afleveringen van Het geheim van de meester en gisteravond weer de nieuwe Project Rembrandt.

Het geheim van de meester vind ik altijd geweldig, dat ze daar helemaal nagaan hoe iets precies gemaakt is destijds, met welke pigmenten en materialen en dat dan nog eens overdoen tot het zó op het origineel lijkt dat je het verschil bijna niet meer ziet. Wat een vakmanschap! Deze keer een wel heel prestigieus project: De Nachtwacht. Ik had me erop verheugd en het is inderdaad interessant weer, maar toch minder leuk dan ik had gehoopt. En dat komt door het carbonpapier.

Het is natuurlijk ondoenlijk om een kopie van De nachtwacht te maken, dat snap ik ook wel, maar het spannende en bijzondere zat hem voor mij nu juist altijd in het echte. Ik was dan ook teleurgesteld dat de hele voorstelling met carbonpapier op het doek werd gezet. Natuurlijk is het nog steeds razendknap om dat allemaal mooi in te schilderen, maar voor mij verliest het toch zijn glans een beetje. Ik houd van originele kunst, met een eigen opzet, niet van overtrekken en inschilderen. Liever imperfect dan perfect, de schoonheid zit ‘m juist in die imperfectie, in dat handwerk. Zo krijgt een werk een ziel.

Wat dat betreft vind ik Project Rembrandt nu veel leuker. Je ziet de schilders worstelen met verhoudingen en compositie. Je ziet hoe ontzettend moeilijk het is om een gelijkend portret van iemand te maken. Vaak zijn ze allemaal totaal verschillend! Bij de een lijken de ogen juist heel goed, bij de ander de vorm van het gezicht. Sommige werken lijken helemaal niet, en de meeste schilders zouden misschien nog dagen moeten schaven en corrigeren voordat ze de juiste verhoudingen te pakken hebben en tevreden zijn. Soms hebben ze hun dag, soms niet, en dat zie je meteen terug in hun werk.

Ik kijk er graag naar, omdat het echt is. Ik vind de deelnemers dapper, dat ze ter plekke durven te schilderen en hun resultaat dus meteen ook delen, of het nu goed gaat of niet. Het zijn allemaal ervaren amateurschilders die zich heel kwetsbaar op durven te stellen. En de uitkomsten zijn altijd verrassend en divers. Steeds ben ik razend nieuwsgierig wat ze gemaakt hebben. Dat het echt is, maakt het spannend en interessant. En uiteindelijk komen er ook altijd bijzonder mooie werken tot stand. Unieke werken, in een eigen stijl.

Dit alles overdacht ik vanochtend tijdens het schilderen. En opeens bedacht ik dat het met kunst gewoon precies als met mensen is. Dat ik ze het mooist vind als ze echt en oprecht zijn, uniek en eigen, met al hun imperfecties, kwaliteiten, butsjes en deuken.

Geplaatst op Geef een reactie

Poesiealbum

Vanochtend bladerde ik door mijn poesiealbum. Ongelooflijk wat een herinneringen zo’n boekje oproept. Het album zelf vond ik als kind niet mooi. Ik kreeg het van de oppas voor mijn verjaardag. Het was groen, en ik hield van roze. Een beetje teleurgesteld was ik daar wel over, maar dat heb ik nooit aan iemand verteld denk ik. Je mocht een gegeven paard immers niet in de bek kijken en leerde dankbaar te zijn voor wat je kreeg. En zo kwam het dat ik mijn hele basisschooltijd met het lelijke groene poesiealbum deed.

Het versje van mijn opa Theo raakt me als volwassene het meest. Het gaat over vriendschap met de kleine dingen in het leven, en dat daar het geluk in zit. Hij was zijn tijd ver vooruit, want bijna alle andere versjes gaan erover dat je vlijtig, vrolijk, aardig, tevreden, hulpvaardig en flink moet zijn. Opa deed daar niet aan mee, die wenste me gelukkig, dat vind ik wel heel mooi, al weet ik natuurlijk niet of hij daar op die manier over nagedacht heeft toen.

Mijn lieve kleuterjuf maakte een prachtige tekening voor me. Ze was een natuurtalent. Ze maakte haar mooie tekeningen ook op het schoolbord trouwens en volgens mij stonden ze ook altijd op het omslag van de schoolkrant. Meteen moet ik aan mijn eerste schoolweken terugdenken. Ik plaste in mijn broek. De juf was heel begripvol en ging droge kleding zoeken in de klerenzak. Ze kwam terug met een… jongensonderbroek! Die wilde ik dus echt niet aan. Maar ze was zo lief dat ik het toch maar deed. Afschuwelijk vond ik het, het heeft enorme indruk gemaakt. Maar de juf was geweldig, wat bofte ik met haar.

Ook de meester uit groep zeven tekende in mijn album. Een pentekening van een bootje. Voor hem was ik doodsbang en ik werd dat jaar zo stil als een muisje. Ik vond het onbegrijpelijk dat iemand die zo akelig deed, zo mooi kon tekenen. En dat hij dat voor alle kinderen deed, terwijl hij niemand aardig leek te vinden. Mijn leuke meester uit groep acht maakte het weer goed. Hij riep me aan het begin van het nieuwe schooljaar bij zich en zei: je mag best af en toe stiekem even kletsen ook al zeg ik van niet, en als we gaan zingen wil ik graag ook jouw stem horen, je mag hardop zingen. En dat heb ik vanaf dat moment gedaan!

Dit versje is trouwens ook grappig en schattig, van mijn vriendinnetje Pleuni:

Als je later een dametje bent, met opgestoken krulletjes, en allerhande prulletjes, hooggehakte schoentjes, hoedjes met pompoentjes, japonnetjes van zij, denk dan ook nog eens aan mij.

En dus zit ik vandaag, niet in mijn zijden japonnetje maar in mijn oude schildervest en spijkerbroek, aan Pleuni te denken, bij wie we altijd geweldige kinderfeestjes hadden, en aan heel veel andere mensen van vroeger. Ik hoop dat dit album nog generaties lang bewaard zal blijven. Wie zal het zeggen?

Geplaatst op 2 Reacties

Verwarrend

De afgelopen dagen borrelde er een nieuw stukje, maar ik kwam er niet helemaal uit. Ik vind het maar een rare lockdown. Verwarrend ook. Anders dan de vorige keer. Vorige keer was het ook niet leuk natuurlijk: alles dicht, grote zorgen bij ondernemers en bezorgdheid over ieders gezondheid. Maar we zaten er samen in, zo voelde het, en samen zouden we er doorheen komen uiteindelijk. We stuurden kaarten en brachten bloemen bij mensen die wat gezelligheid konden gebruiken. We keken naar elkaar om en dat vond ik mooi en het hielp ook.

Deze keer voelt het heel anders. Op social media zie ik elke dag eindeloos veel foto’s langskomen van wintersportvakanties, dagjes of weekendjes weg in steden over de grens, grote groepen gearmde mensen op feestjes. Niets wat ook maar aan een lockdown doet denken. En ondertussen lopen de besmettingen flink op. Geen wonder. (Ik ken trouwens serieus nog geen enkel gezin dat zonder coronabesmettingen is teruggekomen van wintersport)

Ik vind het verwarrend. Ik wil er niet over oordelen want ieder maakt zo zijn eigen afwegingen en ik zal zelf ook beslissingen nemen die niet consequent zijn. Daarbij realiseer ik me dat ik een gezegend mens ben dat ik me altijd nogal goed kan vermaken, ook thuis of dichtbij huis en dat ik kan genieten van kleine dingen als een mooie wandeling. Als je jezelf niet zo goed kunt vermaken word je misschien ook wel gillend gek in deze tijd en moet je ergens vertier zoeken. Het is niet voor iedereen hetzelfde natuurlijk.

En toch geeft het me een beetje treurig gevoel, dat we het niet meer samen doen. Een lockdown heeft op deze manier denk ik ook maar weinig nut, we lopen het elders wel op. En door de stijgende cijfers zou het zomaar kunnen dat hier de winkels en restaurants nog langer dicht moeten blijven.

In het begin van de coronatijd hoopte en geloofde ik dat deze tijd ons ook iets zou brengen. Dat we het kleine dicht-bij-huis-geluk meer zouden gaan waarderen, dat we weer een beetje terug naar de basis zouden gaan, de eenvoud zouden herontdekken, creatiever zouden worden en zorgzamer voor anderen. Dat hoop ik nog steeds, maar ik geloof het eigenlijk niet meer.

Nu denk je misschien: wat een somberheid! Maar niets is minder waar. Ik ga zo even heerlijk schilderen en daarna ruim ik alle kerstspullen op en maak ik nog wat schoon. En er wacht een mooi boek van Anna Enquist. Het leven is goed en ik geniet ervan.