Geplaatst op 4 Reacties

Beroofd

Op woensdag ging ik alleen op pad in Barcelona. De jongens waren naar Camp Nou – niets voor mij – ik ging naar het Miró-museum! Het ligt op de Montjuïc, met een prachtig uitzicht over de stad. Ik voelde me zelfverzekerd en blij terwijl ik lopend en met de metro de stad doorkruiste. In mijn eentje in een grote buitenlandse stad rondlopen geeft me echt een gevoel van vrijheid.

Het museum was geweldig. Eigenlijk kende ik Miró nog helemaal niet zo goed, maar via een QR-code kreeg ik gelukkig veel informatie waardoor ik zijn schilderijen beter kon begrijpen. Ook waren er foto’s, brieven en notities van hem tentoongesteld, precies zoals ik het graag heb. Na afloop zat ik dan ook helemaal tevreden met koffie en een broodje kaas op de binnenplaats van het museum en kocht ik in de boekwinkel als kers op de taart de museumgids waarin alle werken staan die ik heb gezien.

Ik besloot nog even op de Montjuïc te blijven, het was er zo mooi. Naast het museum lag een klein parkje waar ik doorheen wandelde. Er was bijna niemand. Het was er lieflijk, het uitzicht prachtig en de halsbandparkieten vlogen krijsend rond. Opeens voelde ik iets op mijn hoofd vallen, tastte ernaar. Jakkes, vogelpoep! Ik zat helemaal onder de zwarte klodders. Een Aziatisch uitziend echtpaar dat toevallig in de buurt was begreep al snel wat er gebeurd was en gebaarde me te wachten. De vrouw toverde zakdoekjes en een flesje water uit haar tas en ze begonnen me grondig schoon te boenen. Het was wat ongemakkelijk, ze poetsten me over mijn hele lichaam en waren erg dichtbij, maar ik was ze dankbaar voor hun hulp.

Daarna besloot ik mijn hoogtevrees te overwinnen en met de kabelbaan naar de top van de Montjuïc te gaan. Adembenemend mooi! Ik wandelde langs de burcht, keek uit over de grote haven en de turquoise zee en liep de berg via de andere kant weer af. Ook bezocht ik de botanische tuin, waar ik tot mijn grote geluk voor het eerst een hop in het wild zag.

Op de terugweg naar huis besloot ik een halte verder te reizen om te kijken of ik in het winkelcentrum een nieuwe trui kon kopen. De trui die ik droeg het was mijn enige warmere en hij zat ónder de vogelpoep die ik er met water bij een toilet bepaald niet uit had gekregen. In het winkelcentrum voelde ik opeens dat mijn dierbare gouden kettinkje weg was, mijn nek was zo kaal. En het duurde nog best lang voordat ik kon geloven wie het gestolen hadden.

Ondertussen vonden we op internet dat het een bekende zakkenrollerstruc is, de vogelpoeptruc. Het was verf, geen vogelpoep en geen vogel zou denk ik ook in één keer zoveel poep kunnen produceren… mijn haren, trui, rugtas, rok en schoenen zaten onder. Ik had mazzel dat ze alleen mijn ketting hadden, gelukkig had ik de rest van mijn spullen goed weggeborgen en vonden ze niets in het voorvak van mijn rugtas, dat ze wel open hadden gekregen. (Ik dacht eerder die dag dat ik het blijkbaar per ongeluk open had laten staan.)

Ik besloot dat het allemaal wel meeviel. Noemde het zelfs een zeer vriendelijke beroving. Maar ‘s nachts kreeg ik nachtmerries en werd ik alsnog bang. Bang voor wat had kunnen gebeuren, ik was er met ze alleen, ze stopten denk ik omdat er toen iemand aan kwam lopen. Wat als het langer geduurd had? Hadden ze dan ook mijn paspoort, pasjes en telefoon kunnen stelen? Ik voelde me vies omdat ze me overal hadden aangeraakt terwijl ik ze vertrouwde. Dom omdat dit mij overkomen was en bijna iedereen reageerde met dezelfde woorden: Dat weet je in Barcelona, daar staat die stad bekend om. Alsof het daardoor mijn eigen stomme schuld was.

‘Nou mam,’ zei de oudste, ‘wij laten jou dus nooit meer alleen op pad gaan in de vakantie.’

Geplaatst op Geef een reactie

Copsford en Amsterdam

De meesten van ons ervaren, denk ik, vroeg of laat in hun leven, een verlangen naar alleen-zijn, naar een eigen blokhut, buitenhuisje of kasteel, weg van de massa. Weinigen kunnen de aantrekkingskracht van dat afgelegen eiland in een glinsterende zuidzee, de in nevelen gehulde bergtop, of de stille open plek in het bos weerstaan. Sommigen overkomt die hunkering maar één keer in hun leven, anderen voelen haar altijd.

uit: Copsford, geschreven door Walter Murray

Zo begon het boek dat ik gisteren in de trein las, op weg naar Amsterdam en ik wist meteen dat ik het zou verslinden. Want ik heb die hunkering ook, en niet voor de eerste keer, ik hoor bij die anderen. Het is ook niet voor niks dat ik het liefst lees over mensen die ergens afgelegen midden in de natuur wonen, en op donderdag verheug ik me ook elke week weer op Floortje Dessing.

Gelukkig heeft Thad het ook, hij wil later graag molenaar worden en samen dromen we dan over hoe we in onze molen in de polder zullen wonen. Moestuintje erbij, beetje tekenen, lezen, schrijven, en de zon elke dag op en onder zien gaan. De kinderen dromen er bepaald niet van trouwens, en dat begrijp ik ook wel. Plus: erover dromen is heel wat makkelijker en aantrekkelijker dan ook echt zo te gaan leven natuurlijk.

Ik was onderweg naar oud-collega G. Twintig jaar geleden werkten we samen op de bureauredactie van uitgeverij De Boekerij. Zo af en toe spreken we nog eens af, en altijd weer valt de tussengelegen tijd meteen weg, we pakken de draad gewoon weer op. Ik verheugde me. Bij het Paleis op de Dam stapte ik uit de tram, een klein stukje lopen en daar zag ik haar al. Ze stond haar geveltuintje water te geven.

Het is altijd feest om bij G. te zijn. Een huis vol boeken, planten en herinneringen, een thuis-huis waar je je nooit op bezoek voelt. We klommen naar het dak en keken uit over een zonovergoten Amsterdam. Je kunt er werkelijk kijken van Sloterdijk tot Amstel, dichtbij zagen we Atlas torsen, iets verder de Westertoren, heel dichtbij de achterkanten van fraaie gevels (die duidelijk een stuk minder chic zijn dan de voorkanten). G vertelde dat ze hier in coronatijd haar gymnastiekoefeningen deed en ook hoelahoepte. Ik vond dat een prachtig beeld, zo’n hoelahoepende dame op dit hoge Amsterdamse dak. Je hebt werkelijk geen idee als je beneden in de stad loopt.

We lunchten met haar man J – auteur en vertaler, dus genoeg gespreksstof – die heerlijke geitenkaas uit Spanje had meegebracht en ander lekkers van de boerenmarkt. Daarna wandelden we door de stad langs onze oude werkplekken en langs zonnige stille grachten, en G wees me op allerlei moois. Ze kent Amsterdam zo goed! We dronken cappuccino in de tuin van de Hermitage, onder de bloesembomen die net een beetje begonnen uit te vallen waardoor het soms leek te sneeuwen. Prachtig. Zoveel bij te praten hadden we, de middag vloog voorbij.

Op de terugweg, nog vol van Amsterdam, pakte ik mijn boek weer om verder te lezen over de vervallen woning in de middle of nowhere. De tegenstelling tussen het Amsterdamse huis van G en Copsford is groot bedacht ik. Maar ik geloof dat ik van allebei evenveel houd. Ons eigen huis is een tussenweg, ook lang niet gek misschien…

Geplaatst op 4 Reacties

Winteren

Deze week mocht ik namens Broese weer een stukje voor de Nuk (de Nieuwe Utrechtse Krant) schrijven. Ik deel het hier graag met jullie, speciaal voor de boekenwurmen onder mijn lezers:

Soms komt een boek precies op het juiste moment. Voor mij was dat het geval met Winteren. Ik had het al een tijdje zien liggen, een aantal keren opgepakt. Het omslag sprak me aan, het boek trok aan me: door alle lockdowns, maatregelen, schoolsluitingen en onzekerheid voelde ik me soms ook alsof ik een beetje aan het winteren was. Maar ik had nog zoveel andere boeken die ik wilde lezen…

Drie weken geleden besloot ik dat ik het nu echt tijd werd, ik wilde het immers niet pas in de zomer lezen. De andere boeken konden wachten. Ik kocht een exemplaar.

Uitgerekend vlak daarna testte mijn jongste zoon positief, en vrij snel daarop volgden mijn man en oudste zoon. Ik sleepte mijn matras naar mijn werkkamertje, en leefde, at en sliep twee weken lang gescheiden van mijn gezin.

Winteren was het perfecte boek voor deze tijd. Katherine May laat zien hoe belangrijk het is dat we de onvermijdelijke winters toelaten in ons leven en dat we die periodes zo aangenaam mogelijk moeten zien te maken tot het weer licht wordt. We zijn vaak geneigd alleen maar te willen zomeren, of anders wel om net te doen alsof het altijd zomer is. Maar we hoeven winters niet te verbergen, ons er niet voor te schamen, ze horen erbij.

‘De natuur wintert in cycli, steeds opnieuw, voor eeuwig en altijd. Elke dag houdt ze zich met dat werk bezig. Voor planten en dieren hoort de winter er gewoon bij. Hetzelfde geldt voor mensen.’

Wat ik fijn vind aan May, is dat ze over haar eigen ervaringen schrijft in haar zoektocht naar wat haar zou helpen bij het winteren. Daarbij maakt ze kennis met allerlei winterse rituelen. Nooit is ze belerend, ze geeft ook geen rijtjes met tips. Winteren is dan ook zeker geen zelfhulpboek. Wel is het inspirerend! Ik schreef zelfs een stuk over in mijn dagboek, zodat ik het af en toe kan herlezen.

Zelf hoefde ik niet in quarantaine, maar ik bracht voor de zekerheid zoveel mogelijk tijd alleen door. Ik wandelde, schilderde, boende het huis en elke avond las ik in mijn geïmproviseerde slaapkamer een hoofdstuk uit Winteren, met een kop thee, bij het licht van een bureaulamp. Eigenlijk was het best een waardevolle periode, het was lang geleden dat ik zoveel op mezelf was. De jongens knapten op en we kregen na deze kleine winter onze vrijheid weer terug. En, zoals May schrijft: ‘de nieuwe wereld wacht op ons, glanzend en groen, bezield met het geklapwiek van vleugels.’

Hierbij de link : https://denuk.nl/broese-top-10-boekverkoper-sanne-van-der-bruggen-tipt-winteren/

Geplaatst op Geef een reactie

Echt en imperfect

Nu alle drie de mannen corona hebben, breng ik veel tijd alleen door. Ik fiets, wandel, lees, schrijf en boen. Ook keek ik al twee afleveringen van Het geheim van de meester en gisteravond weer de nieuwe Project Rembrandt.

Het geheim van de meester vind ik altijd geweldig, dat ze daar helemaal nagaan hoe iets precies gemaakt is destijds, met welke pigmenten en materialen en dat dan nog eens overdoen tot het zó op het origineel lijkt dat je het verschil bijna niet meer ziet. Wat een vakmanschap! Deze keer een wel heel prestigieus project: De Nachtwacht. Ik had me erop verheugd en het is inderdaad interessant weer, maar toch minder leuk dan ik had gehoopt. En dat komt door het carbonpapier.

Het is natuurlijk ondoenlijk om een kopie van De nachtwacht te maken, dat snap ik ook wel, maar het spannende en bijzondere zat hem voor mij nu juist altijd in het echte. Ik was dan ook teleurgesteld dat de hele voorstelling met carbonpapier op het doek werd gezet. Natuurlijk is het nog steeds razendknap om dat allemaal mooi in te schilderen, maar voor mij verliest het toch zijn glans een beetje. Ik houd van originele kunst, met een eigen opzet, niet van overtrekken en inschilderen. Liever imperfect dan perfect, de schoonheid zit ‘m juist in die imperfectie, in dat handwerk. Zo krijgt een werk een ziel.

Wat dat betreft vind ik Project Rembrandt nu veel leuker. Je ziet de schilders worstelen met verhoudingen en compositie. Je ziet hoe ontzettend moeilijk het is om een gelijkend portret van iemand te maken. Vaak zijn ze allemaal totaal verschillend! Bij de een lijken de ogen juist heel goed, bij de ander de vorm van het gezicht. Sommige werken lijken helemaal niet, en de meeste schilders zouden misschien nog dagen moeten schaven en corrigeren voordat ze de juiste verhoudingen te pakken hebben en tevreden zijn. Soms hebben ze hun dag, soms niet, en dat zie je meteen terug in hun werk.

Ik kijk er graag naar, omdat het echt is. Ik vind de deelnemers dapper, dat ze ter plekke durven te schilderen en hun resultaat dus meteen ook delen, of het nu goed gaat of niet. Het zijn allemaal ervaren amateurschilders die zich heel kwetsbaar op durven te stellen. En de uitkomsten zijn altijd verrassend en divers. Steeds ben ik razend nieuwsgierig wat ze gemaakt hebben. Dat het echt is, maakt het spannend en interessant. En uiteindelijk komen er ook altijd bijzonder mooie werken tot stand. Unieke werken, in een eigen stijl.

Dit alles overdacht ik vanochtend tijdens het schilderen. En opeens bedacht ik dat het met kunst gewoon precies als met mensen is. Dat ik ze het mooist vind als ze echt en oprecht zijn, uniek en eigen, met al hun imperfecties, kwaliteiten, butsjes en deuken.

Geplaatst op Geef een reactie

Poesiealbum

Vanochtend bladerde ik door mijn poesiealbum. Ongelooflijk wat een herinneringen zo’n boekje oproept. Het album zelf vond ik als kind niet mooi. Ik kreeg het van de oppas voor mijn verjaardag. Het was groen, en ik hield van roze. Een beetje teleurgesteld was ik daar wel over, maar dat heb ik nooit aan iemand verteld denk ik. Je mocht een gegeven paard immers niet in de bek kijken en leerde dankbaar te zijn voor wat je kreeg. En zo kwam het dat ik mijn hele basisschooltijd met het lelijke groene poesiealbum deed.

Het versje van mijn opa Theo raakt me als volwassene het meest. Het gaat over vriendschap met de kleine dingen in het leven, en dat daar het geluk in zit. Hij was zijn tijd ver vooruit, want bijna alle andere versjes gaan erover dat je vlijtig, vrolijk, aardig, tevreden, hulpvaardig en flink moet zijn. Opa deed daar niet aan mee, die wenste me gelukkig, dat vind ik wel heel mooi, al weet ik natuurlijk niet of hij daar op die manier over nagedacht heeft toen.

Mijn lieve kleuterjuf maakte een prachtige tekening voor me. Ze was een natuurtalent. Ze maakte haar mooie tekeningen ook op het schoolbord trouwens en volgens mij stonden ze ook altijd op het omslag van de schoolkrant. Meteen moet ik aan mijn eerste schoolweken terugdenken. Ik plaste in mijn broek. De juf was heel begripvol en ging droge kleding zoeken in de klerenzak. Ze kwam terug met een… jongensonderbroek! Die wilde ik dus echt niet aan. Maar ze was zo lief dat ik het toch maar deed. Afschuwelijk vond ik het, het heeft enorme indruk gemaakt. Maar de juf was geweldig, wat bofte ik met haar.

Ook de meester uit groep zeven tekende in mijn album. Een pentekening van een bootje. Voor hem was ik doodsbang en ik werd dat jaar zo stil als een muisje. Ik vond het onbegrijpelijk dat iemand die zo akelig deed, zo mooi kon tekenen. En dat hij dat voor alle kinderen deed, terwijl hij niemand aardig leek te vinden. Mijn leuke meester uit groep acht maakte het weer goed. Hij riep me aan het begin van het nieuwe schooljaar bij zich en zei: je mag best af en toe stiekem even kletsen ook al zeg ik van niet, en als we gaan zingen wil ik graag ook jouw stem horen, je mag hardop zingen. En dat heb ik vanaf dat moment gedaan!

Dit versje is trouwens ook grappig en schattig, van mijn vriendinnetje Pleuni:

Als je later een dametje bent, met opgestoken krulletjes, en allerhande prulletjes, hooggehakte schoentjes, hoedjes met pompoentjes, japonnetjes van zij, denk dan ook nog eens aan mij.

En dus zit ik vandaag, niet in mijn zijden japonnetje maar in mijn oude schildervest en spijkerbroek, aan Pleuni te denken, bij wie we altijd geweldige kinderfeestjes hadden, en aan heel veel andere mensen van vroeger. Ik hoop dat dit album nog generaties lang bewaard zal blijven. Wie zal het zeggen?

Geplaatst op 2 Reacties

Verwarrend

De afgelopen dagen borrelde er een nieuw stukje, maar ik kwam er niet helemaal uit. Ik vind het maar een rare lockdown. Verwarrend ook. Anders dan de vorige keer. Vorige keer was het ook niet leuk natuurlijk: alles dicht, grote zorgen bij ondernemers en bezorgdheid over ieders gezondheid. Maar we zaten er samen in, zo voelde het, en samen zouden we er doorheen komen uiteindelijk. We stuurden kaarten en brachten bloemen bij mensen die wat gezelligheid konden gebruiken. We keken naar elkaar om en dat vond ik mooi en het hielp ook.

Deze keer voelt het heel anders. Op social media zie ik elke dag eindeloos veel foto’s langskomen van wintersportvakanties, dagjes of weekendjes weg in steden over de grens, grote groepen gearmde mensen op feestjes. Niets wat ook maar aan een lockdown doet denken. En ondertussen lopen de besmettingen flink op. Geen wonder. (Ik ken trouwens serieus nog geen enkel gezin dat zonder coronabesmettingen is teruggekomen van wintersport)

Ik vind het verwarrend. Ik wil er niet over oordelen want ieder maakt zo zijn eigen afwegingen en ik zal zelf ook beslissingen nemen die niet consequent zijn. Daarbij realiseer ik me dat ik een gezegend mens ben dat ik me altijd nogal goed kan vermaken, ook thuis of dichtbij huis en dat ik kan genieten van kleine dingen als een mooie wandeling. Als je jezelf niet zo goed kunt vermaken word je misschien ook wel gillend gek in deze tijd en moet je ergens vertier zoeken. Het is niet voor iedereen hetzelfde natuurlijk.

En toch geeft het me een beetje treurig gevoel, dat we het niet meer samen doen. Een lockdown heeft op deze manier denk ik ook maar weinig nut, we lopen het elders wel op. En door de stijgende cijfers zou het zomaar kunnen dat hier de winkels en restaurants nog langer dicht moeten blijven.

In het begin van de coronatijd hoopte en geloofde ik dat deze tijd ons ook iets zou brengen. Dat we het kleine dicht-bij-huis-geluk meer zouden gaan waarderen, dat we weer een beetje terug naar de basis zouden gaan, de eenvoud zouden herontdekken, creatiever zouden worden en zorgzamer voor anderen. Dat hoop ik nog steeds, maar ik geloof het eigenlijk niet meer.

Nu denk je misschien: wat een somberheid! Maar niets is minder waar. Ik ga zo even heerlijk schilderen en daarna ruim ik alle kerstspullen op en maak ik nog wat schoon. En er wacht een mooi boek van Anna Enquist. Het leven is goed en ik geniet ervan.

Geplaatst op Geef een reactie

Boekentip

Vorige week schreef ik namens boekhandel Broese weer een boekentip voor De Nuk (De Nieuwe Utrechtse Krant). Ik zal hem hier ook weer even delen:

Al sinds 2005 ben ik een groot bewonderaar van het werk van Octavie Wolters. In die eerste tijd verslond ik alle blogs die ze schreef en tekende op haar website Octaview.nl. De blogs gingen vooral over haar dagelijks leven. Ik vond ze inspirerend en vaak ook herkenbaar. Ze maakten me blij. Ik las en herlas ze in de trein naar mijn werk en keek altijd weer reikhalzend uit naar de volgende.

Een paar jaar later kreeg ze een getekende column in de Libelle, die ik altijd uitknipte en waarvan ik een plakboek aanlegde. (Ik heb het nog steeds, maar jammer is wel dat de lijm na al die jaren donkere vlekken in het tijdschriftpapier heeft achtergelaten, dus erg mooi is het niet meer.)

Vervolgens schreef ze een roman, Voorland, die weer heel anders was dan haar blogs, maar zeker zo mooi, het verhaal raakte me diep. Daarna volgde een indrukwekkend autobiografisch boek over de tijd waarin ze met een depressie kampte, getiteld Slot.

En nu is haar eerste prentenboek verschenen: Het lied van de spreeuw. Vol prachtige linosneden van vogels, zwart-wit, met een enkel geel accent. Het lijkt wel of elk exemplaar handgedrukt is, zo authentiek ziet het eruit. De spreeuw wil een lied zingen over hoe mooi de wereld eruitziet, als je kunt kijken zoals hij. Alle vogels helpen hem door te vertellen over welke mooie dingen hij niet moet vergeten te zingen. Een helend boek in deze tijd waarin er veel zorgen zijn. Want naast die zorgen is er gelukkig zoveel schoonheid in het leven, die je kunt zien als je maar goed kijkt.

linkje: https://denuk.nl/broese-top-10-boekverkoper-sanne-van-der-bruggen-tipt-octavie-wolters/

Geplaatst op 4 Reacties

Stijve hark

Als kind was ik al een stijve hark. Graag had ik sierlijk kunnen dansen of goed kunnen turnen, maar dat zat er niet in. Op de middelbare school was ik vaak zenuwachtig voor gym. Ik hoopte altijd maar dat we een balspel gingen doen, daar was ik goed in, maar die toestellen… De rij werd ingedeeld op lengte, ik stond dus ergens achteraan en had veel tijd om te zenuwen. Op een keer maakte ik me zo druk dat ik tegen de bok aan liep in plaats van dat ik er overheen sprong. Om je dood te schamen vond ik dat. De opluchting als we een balspel gingen doen was altijd groot.

Dansen durfde ik ook nooit zo goed, bang om voor gek te staan. Dat veranderde toen iedereen op dansles ging. Het hoorde erbij in die tijd, dus ik ging ook. Bij Peter Verbiest in Alkmaar ging een wereld voor me open. Je léérde er dansen, iedereen danste op dezelfde manier, je was dus nooit raar, ik hoorde de maat goed en ik vond het heerlijk! Ik bezocht elke vrijdansavond en was niet van de vloer te krijgen. Zelfs na goud-ster bleef ik doorgaan en deed ik nog wedstrijden. Tot mijn danspartner verkering kreeg en mij – op een vriendelijke manier – loosde.

Nooit heb ik meer gedanst. Tot afgelopen jaar. Onze BBB sportles, met vrouwen zo tussen de veertig en zeventig jaar, werd steeds meer een dansles. Gewoon omdat we zo van het dansen genoten. Omdat de juf goed kan dansen en zij ons plezier zag, omdat we vroegen om méér. Elke les bouwden we een dansje op. Lastige stukjes oefenden we tot iedereen het kon. Daarna de muziek lekker hard en gaan. Moest je ons eens zien!

Vorige week was de laatste les voor de vakantie van de juf. Bij de laatste les van het jaar hoort traditiegetrouw kerstmuziek, dus we dansten op Maria Carey. We gingen super gelijk en het was magisch. Ik had het gevoel alsof we met z’n allen in een kerstmusical speelden. Wij spetterden, de juf straalde.

‘Ik moest gewoon bijna janken, het was zo mooi, ik voelde zo’n saamhorigheid,’ zei een vriendin na afloop. Allemaal hadden we denk ik wel gevoeld hoe bijzonder het was. Onze juf is een heldin, dat ze ons, een groep middelbare vrouwen, zó laat dansen. Dat we elke week een feestje met haar bouwen. Dat ik me in haar les altijd weer even super jong voel. En dat het niet uitmaakt dat ik een stijve hark ben.

Wat ga ik het missen de komende tijd…

Geplaatst op 1 reactie

Overloon

We waren een weekendje naar Overloon. Pure nostalgie voor mij, want ik kwam er mijn hele jeugd. Opa en oma hadden er een huisje waar we elke schoolvakantie doorbrachten. Een gezellig huisje midden in het bos. In de stal was een vliering met een veldbed. Het liefst sliep ik daar. Het was ieniemienie klein, naast het bed stond een bamboe tafeltje met een jaren 70 lampje erop, dat was alles wat er paste. Er lag zachte bruine vloerbedekking. Hele vakanties heb ik biebboeken liggen lezen op mijn zoldertje.

We hoefden er niet zo veel, we kenden het er wel, dus er was veel tijd voor alles. In de zomer zwommen we in het ven en in de kerstvakantie versierden we het hele huisje en maakten we zelf pizza’s. Elke ochtend vroeg legde mijn vader eten voor de eekhoorntjes op de tuintafel en zaten mijn broertje en ik in onze pyjama’s te kijken hoe ze alles kwamen opeten. Het verveelde nooit. Ik leerde er breien van mijn moeder, we haalden eieren bij boer Peters, ik dronk warme chocolademelk bij Simone, het buurmeisje.

Zaterdag stond ik na lange tijd weer voor het huisje, het is er nog steeds. Aan alle kanten uitgebouwd, een dakkapel erop, dat wel. Maar het bielzen trappetje en de voordeur zijn nog hetzelfde, en de struik van opa en oma staat ook nog in het voortuintje. Ik weet nog hoe het rook als we binnenkwamen, hoe de trap klonk, hoe de deur van het toilet beneden klemde. Hoe we gauw keken of oma hagelslag in de kast voor ons had achtergelaten. Het voelde als ons tweede thuis. Terwijl ik daar stond zag ik opa weer in de stoel bij het raam zitten, naast het kastje met de radio en zijn detectives.

En nu was ik daar met mijn gezin en schoonmoeder. En ik vertelde ze erover. Over hoe boer Peters standaard de septic tank moest komen legen als we er langer waren. Je hoorde zijn grote gierwagen al van verre aankomen. ‘Heeft je vader weer zitten schijten?’ vroeg hij knipogend als hij uitstapte. Mijn broertje en ik lagen dan krom van het lachen en mochten altijd kijken hoe de slang de put weer leegslobberde. En ik vertelde over hoe mijn broertje en ik ooit met een schaar een zielig kerstboompje uit het bos knipten als verrassing voor mijn ouders.

Maar vooral realiseerde ik me hoe gelukkig ik er altijd ben geweest. En hoe weinig daar eigenlijk voor nodig was. Hoe ik anders ben opgegroeid dan mijn eigen kinderen. Zonder internet, telefoons en games. En natuurlijk was vroeger niet alles beter, maar sommige dingen waren dat misschien toch wel.

En toch, dit weekend wilden de kinderen opeens weer mee wandelen, en we midgetgolfden, speelden 30 seconds en keken samen televisie. We gingen uit eten en hadden mooie gesprekken. Zou het de magie van Overloon zijn? Of was alles gewoon leuker omdat oma mee was?