Geplaatst op Geef een reactie

Vroegbejaard?

Dit jaar heb ik het weer geprobeerd: The Passion kijken, maar ik vind het iets verschrikkelijks. Aan mij zijn die moderne tradities niet besteed. Zo tegen Pasen maak je me blij met de Matthäus Passion of liever nog: de Johannes. Als ik de eerste tonen hoor schiet ik altijd vol, ik vind het zó prachtig. Mijn eerste keer Matthäus was als puber met mijn moeder in de Grote Kerk in Alkmaar. Ik wilde wel mee, ik merkte aan mijn moeder dat het iets heel bijzonders moest zijn. Ze had me keurig gewaarschuwd dat het een lange zit zou zijn. Er werden dekens uitgedeeld, het was er steenkoud, maar dat droeg juist bij aan hoe speciaal het was.

Toen we in Amsterdam woonden gingen Thad en ik een keer naar de uitvoering in het concertgebouw. En na onze verhuizing naar Breukelen bezochten we jarenlang de Johannes in Loenen, die vond ik eigenlijk nóg mooier, en de locatie was prachtig. Jammer genoeg stopte dat en zo kwam het dat we een paar jaar geleden, op een snikhete dag naar de kerk in Breukelen togen voor de Matthäus. We stonden buiten te ploffen in een rij vol met oudere mensen. Thad constateerde tevreden: ik ben alwéér de jongste!

Het is zijn vaste grapje. Hij en ik doen graag oudemensendingen. We gingen eens naar een opera en daar lag de gemiddelde leeftijd toch zeker 40 jaar boven de onze. ‘Alwéér de jongste!’ fluisterde Thad bij binnenkomst. Het is fijn om je een avondje piepjong te voelen, maar we vroegen ons wel bezorgd af hoe dat nu moest als we zelf oude mensen zijn, bestaat er dan wel nog opera? Kun je dan nog naar de Matthäus? Als je van oudemensendingen houdt, kun je ze het beste doen als je jong bent, nu het er allemaal nog is.

Afijn, nu is het Pasen en we zullen dus straks, tot afgrijzen van de kinderen, naar onze Johannes Passion-cd luisteren. Dat is natuurlijk ook voor oude mensen, een cd. Gelukkig vinden de jongens het wel leuk dat ik net als mijn oma en mijn moeder elk jaar een paastulband bak. Sommige oude tradities blijven geliefd bij iedereen.

Vrolijk Pasen allemaal!

Geplaatst op Geef een reactie

Mijn hooggespannen verwachtingen

In het weekend besloot ik dat ik mezelf vandaag een vrije dag zou geven. Ik was eraan toe, ik wilde er even uit. Online reserveerde ik tijdsloten in vier leuke winkels in Utrecht. Kon ik daar mooi op mijn nieuwe fiets heen! En misschien nog een wandeling maken door de stad en ergens cappuccino to go drinken, ik zag het helemaal voor me.

Vanochtend was ik vroeg wakker en de zon piepte al tussen de kieren van het gordijn door. Het voelde alsof ik jarig was, wat een mooie, veelbelovende dag! Ik was goed voorbereid, had maandag al een lijstje gemaakt met wat ik waar wilde halen. In mijn tas ging ook een dagboek, kon ik in de stad lekker ergens schrijven met een kopje koffie in de zon. Ook wilde ik foto’s maken van mooie pandjes die ik dan later zou kunnen schilderen. Ik had al een hele voorstelling van hoe mijn dag eruit zou zien, net zoals ik dat bij vakanties ook altijd heb. (Thad waarschuwt me dan altijd, hij kent mijn hooggespannen verwachtingen inmiddels… Maar het voordeel is dat ik nooit gebrek aan voorpret heb.)

Bij de Lush was ik de enige klant in de winkel met drie medewerkers. Je begrijpt dat ik iets meer kocht dan ik van plan was, zo gaat dat als je door drie aardige mensen tegelijk geholpen wordt die allemaal goede tips hebben, maar leuk was het wel en ach, er zaten ook cadeautjes bij. Ik kreeg heel royaal nog wat monstertjes en een bodyspray cadeau en voelde me steeds jariger. Daarna cappuccino en door naar Broese, waar het zo rustig was dat ik zo lang mocht kijken als ik maar wilde, geweldig! Vervolgens Dille & Kamille en Swaak, waar het ook allemaal heel soepeltjes ging.

Toen was het tijd voor lunch en ik kocht ergens een broodje met gegrilde aubergine. Daarmee zou ik dan lekker in de zon gaan zitten, en meteen wat schrijven en door mijn nieuwe boeken bladeren. Vlak bij de Dom zag ik een goed plekje, vol in de zon. Ik ging zitten, haalde het broodje uit het zakje en meteen zat mijn hele hand onder de derrie. Gatver! Die nieuwe boeken zou ik maar veilig in mijn tas laten en mijn dagboek ook. Mijn stek bleek bovendien nogal winderig en koud, maar met die vieze handen kon ik mijn jas niet dichtritsen, dat moest maar even wachten. Het was wel een heel lekker broodje.

Ik wilde nog wat wandelen en foto’s maken, maar had er niet over nagedacht dat ik dan twee tassen met zeep, verf en boeken mee moest sjouwen. Bepakt en bezakt liep ik toch nog een rondje en keek in de etalages van kunsthandels en galerieën. Toen besloot ik dat ik maar beter naar mijn fiets kon gaan.

Onderweg concludeerde ik dat het een fijne dag was. Niet alles was volgens plan verlopen, maar ik voelde me licht en blij. Thuisgekomen bleek het monstertje van het masker dat ik gekregen had gelekt te hebben in mijn tas, het papier van de zorgvuldig ingepakte cadeautjes was helemaal plakkerig en nat. Gelukkig zaten mijn boeken in de andere tas. Ik spoelde de buitenkant van het potje af onder de kraan en zette het in de koelkast, zoals dat hoorde volgens de meisjes van de Lush. Nu maar hopen dat niemand het opeet. Je weet het maar nooit met twee pubers in de groei.

PS: voor nieuwsgierigen: als je wilt weten wat ik allemaal kocht (los van de cadeautjes) kun je dat zien in mijn verhaal op insta en fb 😉

Geplaatst op Geef een reactie

Stemmen

‘Mam, jij zou het partijprogramma van Volt eens moeten bekijken, dat past misschien wel heel goed bij jou.’ Onze oudste zoon (15) volgt de politiek nauwgezet, en niet alleen tijdens de verkiezingen. Hij weet er inmiddels veel meer van dan ik en kan niet wachten tot hij eindelijk zelf mag stemmen. (Liefst zou hij de stemgerechtigde leeftijd naar 16 zien veranderen, ook al zou hem dat vandaag niets geholpen hebben.)

‘Heb je nou gekeken?’ vroeg hij een paar dagen later. Dat had ik nog niet gedaan. Maar gisteravond wel, en ik zag dat hij gelijk had, het programma sprak me meteen aan. Klimaat-, migratie- en coronaproblemen aanpakken samen met de andere landen in Europa zou natuurlijk stukken beter werken dan ieder voor zich. En toch, het programma leek wel te vooruitstrevend voor mijn hersenen, alsof ik er nog niet klaar voor was. Werd ik oud? Was ik behoudend? Inflexibel? De stap van waar we nu zijn naar waar Volt voor staat leek me zo ongelooflijk groot en ik ga altijd graag in kleine stappen op mijn doel af: ik hoop eerst op een groenere, socialere mindset in Nederland, om daarna te gaan samenwerken met andere landen. Maar waarom eigenlijk? Qua klimaat is er immers helemaal geen tijd voor kleine stappen.

Van Groen Links-stemmer werd ik een zwevende kiezer. Ik keek naar het lijsttrekkersdebat en besloot dat Sigrid Kaag het erg goed deed en dat ik Lillianne Ploumen de aardigste van het stel vond. Ze heeft een mooie stem, was gewoon zichzelf en deed niet zo bijterig als de meeste anderen. Ik houd niet van debatten, het zijn vaak een soort verbale bokswedstrijden waarin steeds gescoord moet worden ten koste van de ander. Ik vind dat politici een voorbeeldfunctie hebben en dat elkaar eindeloze verwijten maken geen goed voorbeeld is van hoe je respectvol met elkaar omgaat. Het lijkt me bovendien veel nuttiger en interessanter als ze diepgaandere inhoudelijke gesprekken zouden voeren, maar wie ben ik?

Vanochtend zat ik met een kop koffie de kieslijst te bekijken. Ik moest de knoop doorhakken maar ik was er niet uit. Zelden zo getwijfeld. Een kwartier later toog ik desondanks naar de stembus in de sporthal in onze wijk.

Nu zijn jullie misschien benieuwd wat het werd.

Het werd Partij voor de Dieren.

Die won het qua programma van Groen Links voor mij deze keer. Volt ga ik de komende jaren goed in de gaten houden. Groen Links natuurlijk ook. Ondanks alle twijfel ben ik tevreden over mijn keuze. Ik heb groen gestemd, dat was voor mij het belangrijkste. Benieuwd wat mijn zoon van mijn keuze vindt.

Geplaatst op Geef een reactie

Coronatest

Twee weken terug werd ik op een ochtend wat snotterig wakker. Tot een jaar geleden was dat niet iets om bij stil te staan, afgelopen jaar zorgt dat echter steeds voor stress. Ik werk buiten de deur en wil geen gevaar zijn voor andere mensen, maar ook stel ik mijn baas niet graag teleur. Snotterigheid levert tegenwoordig dus altijd een lastige situatie op. Die woensdag hoefde ik weliswaar gelukkig niet te werken, maar wel hadden we om 9.00 uur met ons hele gezin een controle bij de tandarts. Ik ging niet mee en besloot een afspraak te maken voor een test. (Rutte zou trots op me zijn.)

Alles ging heel voorspoedig. Ik beantwoordde alle vragen online en voerde in dat ik op de fiets wilde komen. Uiteindelijk moest ik mijn postcode invoeren en daar ging het mis. Het was volgens het systeem voor mij onmogelijk een testlocatie te bereiken op de fiets. Nu woon ik niet in een gehucht op het platteland van Groningen, maar juist in een redelijke drukke, dichtbevolkte omgeving, dus ik vond dat opmerkelijk en vooral heel onhandig.

Ook gaf het systeem aan dat ik niet met het openbaar vervoer mocht komen. Wel mocht ik met iemand meerijden. Ik vroeg me af wie van mijn familie of vrienden er zou staan te springen om mij verkouden en al naar een coronatest te rijden. Dat ging ik dus niet vragen.

Hoezo kon ik eigenlijk niet op de fiets komen? Dat zouden we nog wel eens zien. Ik wist dat er aan onze kant van Utrecht een teststraat is, en voerde die postcode in. Helaas kreeg ik alleen mogelijkheden te zien bij teststraten op fietsafstand van die postcode, weer een stuk verder dus. Het moest maar.

Na ruim een uur fietsen kwam ik zwetend als een otter – want even verdwaald – nét op tijd aan bij de XL-teststraat. Ik had duidelijk niet zo hoeven haasten, want er stond een enorme rij buiten waarin ik kon aansluiten. Een enorme rij vol mensen met coronaklachten. Voor de zekerheid hield ik wat extra afstand. Ik sprak tegen niemand. Toen ik het gebouw binnen mocht gaan, bleek daar weer een rij te zijn, een beetje zoals bij de Carnaval in de Efteling, met van die lijntjes ertussen. Op zich allemaal keurig op afstand, maar ik voelde me toch lichtelijk paniekerig worden. Hoeveel procent van de mensen die hier stonden zou daadwerkelijk corona hebben? En wie zouden het zijn?

Gelukkig ging het allemaal redelijk snel en fietste ik na afloop in een veel rustiger tempo naar huis. De zon scheen, het was een mooie dag. Thuis maakte ik een cappuccino die ik op het tuinbankje opdronk. En net toen ik eens aan de slag wilde gaan kwam er een e-mail binnen. De uitslag was er. Negatief. Grote opluchting, en wat een zegen ook dat het bericht zo snel kwam, dan zou ik de volgende dag tenminste gewoon naar mijn werk kunnen.

Ik hoop maar dat ik weinig verkoudheidsklachten zal hebben de komende tijd, of dat er een testlocatie op fietsafstand van ons huis komt. Dat zou alles een stuk relaxter maken. Maar mocht dat niet zo zijn: inmiddels heb ik een nieuwe fiets, die veel gemakkelijker trapt dan mijn oude roestbak! Appeltje eitje dus volgende keer.

Geplaatst op 4 Reacties

Maskertje

Elke ochtend sta ik op vol goede voornemens: gezond eten en niet snoepen, veel bewegen, minder lang douchen, me leuk aankleden ook al ben ik gewoon thuis, etc etc.

Wat meestal wel lukt is veel bewegen. Ik wandel graag en doe bijna alles op de fiets. Gezond eten en niet snoepen lukt vaak een tijdje tot ik me er een dag niet aan houd en dan lukt het daarna ook niet meer zo goed, dan is het hek van de dam. Me leuk aankleden doe ik op zich wel, maar na een uur besluit ik altijd te gaan schilderen (of stempelen) en zit ik toch weer in dat vest met verfvlekken wat ik vervolgens vergeet uit te doen. En minder lang douchen, dat vind ik echt lastig want onder de douche heb ik altijd van die goede ideeën, daar denk ik van alles uit.

Mijn nieuwste goede voornemen is afvalvrije doucheproducten gebruiken. Ik had de afgelopen tijd veel last van eczeem, en besloot eens andere zeep en shampoo te proberen. Omdat ik laatst van mijn tante iets van de Lush had gekregen waar ik heel enthousiast over ben, ging ik eens op hun website kijken. Toen de winkels nog open waren vond ik de Lush vooral altijd heel mooi met al die kleuren en het rook er zo heerlijk, maar ik wist nooit precies waar te beginnen. Op de site kon ik alles eens rustig bekijken. Ik bestelde shampoo, conditioner en zeep en zag toen de afdeling gezichtsmaskers. Zou ik dat niet eens moeten gebruiken? Ik ben tenslotte al 43…

Mijn oog viel op een masker dat Beauty Sleep heet. De ingrediënten klonken veelbelovend: lavendel, kokos, oranjebloesem, ananassap (je zou er bijna trek van krijgen). Het filmpje erbij was ook geweldig: een mevrouw smeert het paarse goedje op haar gezicht terwijl ze in bad zit, spoelt het na 10 minuten af en valt meteen heerlijk in slaap. Dat wilde ik ook wel, dus ik bestelde het erbij.

Alles kwam keurig binnen en op een avond kondigde ik na het eten aan dat ik een maskertje op ging doen. (De jongens vonden dat nogal grappig.) Ik smeerde het op mijn gezicht. Het zag er niet zo mooi uit als bij de mevrouw in het filmpje, mijn hoofd zat vol met kleverige schilletjes, pitjes en dingetjes. Het leek meer alsof ik flink door de modder had gereden op een mountainbike. Maar eerlijk is eerlijk, toen ik 10 minuten later de hele boel eraf spoelde voelde mijn huid wel heel erg zacht.

Daarna had ik dus gewoon een kop thee moeten zetten en met een goed boek op tijd mijn bed in moeten gaan om vervolgens heerlijk in slaap te vallen. In plaats daarvan trokken Thad en ik een fles wijn en een zak chips open (terwijl het nog geen weekend was) en keken we tv tot het laat was.

Je begrijpt al met welke goede voornemens ik de ochtend erna opstond…

Geplaatst op 2 Reacties

Schaatsen met hakjes

Gisteren heb ik toch nog geschaatst! Ik was vooraf een beetje bangig, het was zó lang geleden! In 2012 hadden we voor het laatst natuurijs, ik denk dat dat ook de laatste keer was dat ik op het ijs stond. Thad daarentegen schaatst elke week en gisteren was voor hem al dag vier op de ijzers. Hij was deze dagen helemaal in zijn element, hij gaf nog net geen licht.

Onze voorbereiding was dan ook compleet anders. Ik trok een maillot aan onder mijn oude spijkerbroek en pakte mijn schaatsen, wanten en muts. Klaar om te gaan was ik. Maar zo werkt het niet bij de prof. Er moesten tapejes geplakt en een kleine rugtas werd zorgvuldig ingericht. Water, ontbijtkoek, contant geld, zakdoekjes, een droge broek en droge sokken, zipzakjes voor de telefoons… Ten slotte ging hij op zoek naar een fluitje. Jongste zoon had het reddingssetje met de priem en het touw al meegekregen, dus wij zouden heel hard fluiten als we in een wak zouden belanden en dan hopen op hulp.

Het was heerlijk! Wat een vrijheid! Ik was weer eens dankbaar voor mijn Noord-Hollandse opvoeding: schaatsen zodra je kon lopen, eindeloos krabbelen op het slootje aan de overkant en daarna op les om zo snel mogelijk de kanalen te kunnen beschaatsen. Elke winter reden mijn broertje en ik zo ongeveer alle officiële tochten met mijn moeder. Eindeloos lang op Friese doorlopers, met van die oranje linten eraan. Pas als je de techniek goed genoeg beheerste kreeg je noren.

Ik weet niet meer hoe oud ik was toen ik mijn noren kreeg, wel weet ik dat ik de laatste jaren flink baalde van die Friese doorlopers. Ik vond ze zó kinderachtig! Er waren meisjes in mijn klas met witte kunstschaatsen met hakjes en daar was ik stiekem wel een beetje jaloers op. Hoe elegant! Maar kunstschaatsen zaten er voor mij niet in, die waren niet voor het grote werk.

Mijn moeder deed dat wel stoer vroeger. Dwars door het winterweer karde ze met ons naar al die startpunten van de tochten, waar je je auto in de gladdigheid ergens in de berm moest planten. Op het ijs was ze voorzichtig met ons, maar ze deed nooit bang. Vaak gingen we met mijn moeders vriendin Ans en haar kinderen, met wie wij weer bevriend waren. Dat was gezellig. Onderweg aten we bevroren Marsen bij koek en zopies en na afloop kregen we warme chocomel. We schreven ons altijd in voor de medaille, die vaak weken later met de post kwam, als er allang geen ijs meer lag. Ook de stempelkaarten bewaarde ik.

Gisteren moest ik daar allemaal weer aan denken. Mooie herinneringen en blij dat ik heb leren schaatsen. Want schaatsen is als fietsen, je verleert het niet echt. Het fluitje hadden we gelukkig niet nodig. En af en toe keek ik, net als vroeger, verlangend naar die witte elegante kunstschaatsen met hakjes die we voorbijreden. Die vind ik eigenlijk nog steeds het allermooist…

Geplaatst op Geef een reactie

Maandag (2)

Vorige week maandag, de dag dat ik van mijn fiets viel, was een bijzondere dag in vele opzichten. Bedankt trouwens voor alle bezorgde berichtjes die ik kreeg. Het gaat heel goed hoor, maar het is voor iedereen maar beter dat het sneeuwt en dat het geen bikiniweer is, want ik ben helemaal paars inmiddels.

Na de val vertrok ik naar Den Bosch om de vrouw van Thads vader te bezoeken. Ik wilde daar eerst nog bloemen kopen, maar dat bleek nog niet zo makkelijk. Ik zag maar één bloemist en die was dicht. Verder ook nergens een stalletje. Toen ik langs een kaaswinkel liep besloot ik daar maar een flesje wijn te kopen. Ik vond een witte met een mooi etiket.

Het meisje van de winkel was nog bezig met een klant. Maar ik kende haar! Waar kende ik haar van? Ze was zo vertrouwd en ik wist ook zeker dat ik haar heel erg aardig vond want ik was echt blij om haar te zien.

Toen ik aan de beurt was zag ik dat ze mij niet direct herkende. Maar ik wist het zéker! Dus ik zei: ‘Ik weet echt zeker dat ik je ken, maar ik heb geen idee waarvan!’ Het meisje lachte en zei: ‘ik denk dat je me kent van Boer zoekt vrouw.’

Ze legde uit wie ze was en bij welke boer ze logeerde en inderdaad, daar kende ik haar dus van. Ik verontschuldigde me, voelde me opgelaten, maar ze vond het helemaal niet erg. Ze was heel aardig, dat klopte dus met mijn herinnering. We kletsten nog even en ik vertrok. Ik moest wel lachen. Wat een gestuntel vandaag, en het was nog geen 11.00 uur. Dat beloofde wat.

Bij de vrouw van Thads vader was er thee, taart en gezelligheid en we maakten een grote wandeling om de stad en lunchten na afloop nog bij haar. Het was fijn om elkaar weer even te kunnen zien.

’s Avonds vertelde ik alles aan Thad en de kinderen. De kinderen bescheurden zich! Dat is typisch iets voor jou mam, dat soort dingen heb jij altijd! Ik kon het alleen maar beamen. Dit soort dingen heb ik inderdaad altijd. Maar saai is het in ieder geval nooit.

Geplaatst op Geef een reactie

Maandag (1)

Het leek of de gladheid wel meeviel, dus ik trapte stevig door, me verbazend over al het getuttebel van andere weggebruikers. Maar in de bocht bij de fietsenmaker voelde ik mijn fiets onder me wegglijden. Ik wist dat ik ging vallen, dat er niets aan te doen was, dat moment leek eindeloos te duren. Ik kon me alleen zo goed mogelijk proberen op te vangen. Even later lag ik uitgestrekt op straat. Mijn fiets aan de kant, mijn mandje aan de overkant en mijn tas ergens midden op de weg. Het liefst was ik even zo blijven liggen, maar ik had een auto zien aankomen, dus ik keek snel op.

Twee zwarte vlaggetjes stonden er op de zwarte auto die voor me was gestopt. Ik lag languit voor een begrafenisauto. Wat gênant. Snel stond ik op, ik voelde nergens pijn. De bestuurder was uitgestapt en vroeg hoe het ging. Tevreden constateerde hij dat ik soepeltjes was opgestaan. ‘Wist je niet dat het glad was?’ vroeg hij.

‘Sorry dat ik u ophoud,’ zei ik. (Ja, dat zei ik echt… Het zal de schok zijn geweest.) Ik checkte of er een misschien stoet achter zijn auto aan kwam, maar er was niemand te bekennen. Ik herkende zijn stem ergens van. Snel raapte ik alles bij elkaar. Verzekerde hem ervan dat het goed ging en vertelde dat ik sowieso op weg was naar de fysio, die zou me wel repareren. Hij reed weg en ik zag dat er helemaal geen kist in de auto stond. Dat kon natuurlijk ook, had ik even niet bedacht. Ik merkte dat ik teveel trilde om meteen te kunnen fietsen en kwam even rustig bij.

Iets te laat kwam ik bij de fysio. Een nieuwe jongen is het, heel kundig en ontzettend aardig. Jong nog. Hij vroeg hoe het ging met mijn schouders en armen. Ik dacht na en voelde mijn knie, elleboog en enkel pijnlijk kloppen. Zag mezelf daar staan in mijn natte, bemodderde spijkerbroek. Met mijn schouders ging het wel goed. Beetje last, maar niks vergeleken bij de rest van mijn lijf.

Hij manipuleerde, prikte naalden en masseerde. Hoe langer ik daar lag, hoe meer de pijn van de val opkwam. En na afloop deed alles zeer, ook mijn schouders. Ik bedankte hem hartelijk (hij is namelijk echt heel goed).

Als een tuttebel reed ik terug naar huis. Af en toe liep ik een stukje, bijvoorbeeld bij het bochtje bij de fietsenmaker. Ik realiseerde me ook opeens waarvan ik de man zijn stem had herkend. Hij is een vaste klant van de winkel waar ik werk. Zou hij mij ook herkend hebben?

PS Deze huisjes zag ik zaterdag op een fietstochtje naar Utrecht. Hebben niks met het verhaaltje te maken maar ik vond het wel gezellig staan.

Geplaatst op Geef een reactie

Ondertussen in Breukelen

Het is een beetje stil met schrijfsels de afgelopen tijd. Ik ben vooral aan het schilderen. Nieuwe technieken aan het leren in online cursussen en aan het kijken hoe ik deze technieken in mijn eigen werk kan toepassen. Ik geniet ervan. Niet alleen van de schildertips en de vele creatieve uren die ik op deze manier doorbreng, ook van de inspiratie die je erbij krijgt. De docente van de cursus waar ik nu mee bezig ben houdt bijvoorbeeld heel erg van Matisse, Hockney en Sempé. Ze laat dan werk van hen zien dat haar inspireert, en gunt je ook een kijkje in haar eigen schetsboeken. En die zijn geweldig! Vaak haal ik mijn kunstboeken ’s avonds uit de kast en dan kijk ik er weer met andere ogen naar. Het maakt het gemis van de musea een beetje goed. Wat is het fijn om te kunnen leren en groeien!

Gisteren schilderde ik Gunterstein met gouache. Al een tijdje werk ik daar het liefste mee. Bijna al mijn kaarten zijn ermee geschilderd (op de Breukelen-serie na). Het is dekkende verf die mat opdroogt maar die ook te verdunnen is met water en dan aquarellerig is. Je kunt er laag over laag mee werken. Ik vind het heerlijk spul. Echt verf waarmee je lekker kunt knallen en waarvan je vieze handen krijgt. Ik loop dus elke dag in een oud vest rond met allemaal verfvlekken aan de onderkant van de rechtermouw. Het is mijn lievelingsvest.

Gunterstein had ik nog nooit geschilderd. Zodra je vanuit ons dorp de Vechtbrug over gaat zie je het. Het is het derde Gunterstein. In 1680 kocht Magdalena Poulle de ruïne van het tweede Gunterstein en liet er dit huis met buitenplaats bouwen. Ze was een internationaal bekende plantenverzamelaar en had zelfs verwarmde kassen in de tuin, wat heel bijzonder was toen. Dat is toch leuk om een beetje over te dagdromen als je erlangs loopt? Over hoe dat toen was?

Een groot deel van de buitenplaats is opengesteld om te wandelen, ons dichtstbijzijnde bos. Bij de biologische boer op het landgoed kun je terecht voor o.a. vlees, melk, kaas, groenten en bloemen. Het is een stukje Breukelen dat me dierbaar is. Ik ben blij met mijn illustratie, anders dan ik normaal schilder, zonder witte achtergrond. Hij geeft goed weer hoe deze plek voor mij voelt. Misschien wordt het eens tijd voor een nieuwe kaartenserie van Breukelen…

Geplaatst op Geef een reactie

Het leven als een huismus

Als ik het journaal kijk is er weleens zo’n moment dat ik alles opeens van een afstand zie. Dan zie ik ons zitten voor die televisie waar al dat coronanieuws uit komt. En dan kan ik bijna niet geloven dat het allemaal echt zo is. Er waart een gevaarlijk virus rond, we houden angstvallig afstand van iedereen, de kinderen gaan niet naar school, de winkels zijn dicht (ook de winkel waar ik werk…) en waarschijnlijk komt er een avondklok.

Ken je dat gevoel, dat je opeens denkt: dit kan toch allemaal niet echt waar zijn? Gebeurt dit echt?

De Sanne van januari 2020 zou het niet geloofd hebben. Die had geen idee. Die ging die maand nog uit eten met de hele familie omdat haar ouders 70 werden. In februari zat ze zelfs nog met een vriendin bij het Nationaal Ballet. En van tevoren neusde ze uitgebreid rond bij boekhandel Scheltema, en schreef ze wat in haar dagboek in een koffietentje bij een cappuccino in een echt kopje.

Het lijkt een ander leven.

Nu, een jaar later, leef ik meer bij de dag dan ooit. Een vrijwel lege agenda, heel veel wandelingen, nóg meer tekeningen. Het huis lekker schoon, de mannen de hele dag om me heen. Elke dag hoop ik dat de besmettingscijfers omlaag gaan, en dat we de Britse variant in toom kunnen houden. Ik ben blij met de strengere maatregelen, niet dat het leuk is, maar de noodzaak is overduidelijk.

We zitten er midden in en ik leef ermee en wen er zelfs aan. Geniet van de kleine dingen die wel kunnen. Realiseer me dat wij eigenlijk niets te klagen hebben met een fijn huis, een lief gezin, onze gezondheid en genoeg te eten. Dat kun je niet echt crisis noemen toch? Laatst met het wandelen kwam ik iemand tegen en die zei bij wijze van groet: ‘Hou vol!’ Heel lief bedoeld, maar eigenlijk schaam ik me dan een beetje. Dan denk ik aan de vele mensen die eenzaam zijn, ziek zijn of zieke familie hebben, of flinke geldzorgen.

Voor ons is dat ‘volhouden’ dan toch een kleine moeite?