Geplaatst op 7 Reacties

Omweg

Zaterdag ben ik jarig en net als de afgelopen jaren ben ik de dagen ervoor veel aan het nadenken over mijn leven. Probeer ik het te begrijpen.

Als klein meisje was ik altijd aan het knutselen, wat later ging ik daarnaast ook stapels boeken lezen en schrijven in mijn dagboek. Ik was graag met anderen maar bracht ook veel tijd alleen door. Op de middelbare school veranderde dat. Sporten en vrienden werden het belangrijkst en ik leerde me te pletter om mijn vwo te halen. Tijdens mijn studie heb ik behoorlijk wat afgefeest. Het liefst was ik onder de mensen en ik had energie voor tien. Mijn leven bestond uit studeren, uitgaan, op tafels dansen, sporten, een heleboel vrienden en net zo veel vriendjes.

Daarna ging ik werken, hard werken, veel werken en er waren nog steeds de feestjes, het sporten en een uitgebreid sociaal leven. Ik trouwde, kreeg kinderen en het leven raasde door, ik hield alle ballen in de lucht.

Tot ik in 2008 ziek werd. Een flinke burn-out. Van de ene op de andere dag kon ik helemaal niets meer. Ik verzette me ertegen, schaamde me, zocht wanhopig naar een oplossing om weer door te kunnen gaan. De enige manier om te genezen bleek het allermoeilijkste te zijn: rust nemen, en accepteren dat het veel tijd nodig had.

Ik ging een kastje schilderen, ik ging weer schrijven, ik ging tekenen, ik ging elke dag naar buiten, zag de seizoenen komen en gaan en genoot van de natuur. Wat had ik al die jaren veel gemist! Ik was vaak alleen omdat ik totaal overprikkeld was en mijn hoofd één grote wattenbol werd als ik met anderen praatte. Ik had genoeg aan mijn gezin, dat lukte net. Ik verbrandde schepen tot alleen de basis er nog was, mijn gezin, familie en een paar vriendinnen die het begrepen en geen druk uitoefenden.

Langzaam knapte ik op en werd nooit meer de oude. Of misschien juist wel. Ik werd de Sanne die ik als kind was. De Sanne die tekende, las en ook tijd alleen doorbracht. En ik voel me daar heel gelukkig mee.

Maar wat ik me afvraag: waarom heb ik zo’n grote omweg gemaakt om weer uit te komen waar ik begon? Blijkbaar moest ik dit allemaal leren, maar het heeft toch iets geks. Nou ja, daar denk ik dus elk jaar zo tegen mijn verjaardag diep over na. Dan weten jullie dat.

Geplaatst op 4 Reacties

In mijn eentje

Het was een gezellig en vol weekend met werken en bezoek. Daarom was het vanmiddag heerlijk om in mijn eentje in de tuin te schilderen in mijn journal en alles nog even de revue te laten passeren. Vrijdag kwam Naomi op de thee en we kletsten over van alles en natuurlijk ook over boeken. Naomi heeft de hele serie van Het kleine huis op de prairie compleet en ik dacht terug aan hoe ik die boeken vroeger eindeloos gelezen heb. Deel 1 heb ik zelf, het is nog van mijn moeder geweest. De andere delen leende ik steeds weer uit de bibliotheek. Ik ga ze binnenkort herlezen heb ik besloten, om te ontdekken wat ik vroeger zo mooi vond. Zo leer je eigenlijk jezelf weer een beetje kennen als kind, hoe bijzonder is dat?

Naomi bracht schattige gemengde roosjes mee dus ik heb vanmiddag rozen geschilderd met aquarel. Bij dit prachtige weer hoort aquarelverf vind ik, lekker kliederen met water. Met daarbij een stukje van de zelfgebakken aardbeientaart die de buren meenamen toen ze op bezoek kwamen gisteren, allemaal fijne herinneringen aan het weekend.

Zo’n middag als vandaag heb ik af en toe nodig om op te laden, om alle indrukken te verwerken (en ook het gekke avontuur met Thierry Baudet waarover ik gisteren schreef). Zeker nu we met z’n allen al heel lang thuis zijn is het voor mij belangrijk om regelmatig een paar uurtjes alleen door te brengen. In mijn werkkamer, op de fiets, of zoals vandaag in de tuin onder het zonnescherm, met het gekwetter van de musjes in onze pruimenboom. Als afsluiter ga ik straks vroeg naar bed met een kop thee om verder te lezen in Het zoutpad. En dan kan ik er weer tegenaan.

Geplaatst op 1 Reactie

Mezelf ontrouw

Er kwam een kleine man binnen met een hele grote fotocamera. Hij liep snel richting de kassa waar ik aan het werk was, doelgericht. Hij zag er vrolijk uit. Dat is een groot ding, die camera, dacht ik, dat hij daar zo mee rondloopt! Hij kwam voor me staan, ik wilde vragen of ik hem kon helpen, maar hij deed een stap opzij. En recht voor me, op keurige afstand, zag ik de partijleider staan van zo’n beetje de laatste partij waarop ik ooit zou stemmen. Thierry Baudet. Ik schrok me kapot.

Hij keek vriendelijk en vroeg of hij me een folder mocht overhandigen. Er waren opeens heel veel mensen (later bleek dat die allemaal met hem mee waren). Op straat wimpel je dat makkelijk af en loop je door, maar achter de kassa voelde ik me in een soort fuik zitten. Bovendien was ik in functie en was ik niet gewoon Sanne op straat. Ik besloot daarom beleefd de folder aan te pakken, ik hoefde er verder niets mee. Baudet gaf de brochure aan me en opeens hoorde ik links van me de grote camera van de kleine, vrolijke man schieten, achter elkaar door ging het. Die was ik helaas even vergeten in de stress. Ik voelde paniek opkomen en toen waren ze weg, net zo snel als ze waren gekomen waren ze weer vertrokken. Met mij opgesloten in hun camera.

Ik voelde me ellendig en bleef maar bedenken hoe ik anders had kunnen en willen reageren. Het was alsof ik ontrouw aan mezelf was geweest. Maar ik weet ook: het gebeurde te snel, te onverwacht, ik was onvoorbereid. Nu hoop ik maar dat ik zo geschrokken keek dat ze die foto’s nergens voor gaan gebruiken daar. Het zal je maar gebeuren dat je als Groen Links-stemmer met je foto in het campagnemateriaal van het FvD belandt. Of dat je pontificaal in de plaatselijke krant staat met zo’n brochure in je hand. Ik moet er niet aan denken.

Geplaatst op 3 Reacties

Tuintje naar mijn hart

Net liep ik even door onze tuin. Het is een klein postzegeltje, maar er gebeurt ontzettend veel! De roze en rode geraniums staan uitbundig te bloeien. Twee enorme dotten witte rozen hangen in het perk aan de rechterkant. Na een heftige regenbui zijn ze een beetje ingestort, maar nog steeds even prachtig. De hibiscus (het was de lievelingsbloem van mijn schoonvader) zit vol in de knop, net als de hortensia’s, die het hier in het Vechtgebied enorm goed doen.

Thad heeft een eigen hoekje met tropische planten die hij helemaal vertroetelt, en vol geduld wacht hij op de zeldzame bloemen (dat kan jaren duren, ik heb daar geen geduld voor). Daar staan ook de vijgenbomen die hij vorig jaar zaaide. Het zijn er nog maar twee, ik heb er in de winter een stuk of vier weggegooid omdat ik dacht dat ze dood waren. Dat viel niet in goede aarde, volgens Thad waren ze helemaal niet dood en ik denk achteraf dat hij gelijk had, want deze twee die er bijna dood uitzagen zijn ook weer springlevend geworden. Ik heb er nog steeds spijt van, ondanks het feit dat zes vijgenbomen best veel zou zijn in dit tuintje.

Maar het meest bijzondere is wel de moestuin. Het is een bak van 1 bij 1 meter die nauwelijks nog zichtbaar is door de courgette- en pompoenplanten. Ik telde vanochtend 22 courgettebloemen en vroeg me af: kunnen er echt 22 courgettes groeien in zo’n kleine bak? Dat zou toch wel een wonder zijn! Alles golft over de randen en het zou me niets verbazen als de pompoenen straks in het midden op ons terras liggen te groeien, de armen van de planten reiken al zo ver!

Wie weet zitten we in de nazomer tussen de pompoenen op het terras. De tuintafel aan de kant, de stoelen tussen alle stengels in. De schuur kan even niet meer open tot we geoogst hebben, er ligt een hele grote voor. Je moet oppassen dat je niet struikelt als je met je koffie de tuin in loopt, het is een wirwar van groene stelen. En op een dag zijn ze rijp en kook ik pannen vol pompoensoep met sinaasappel, koriander en gember. Wat een feest!

Geplaatst op Geef een reactie

Kwabjes

Vandaag vond ik het tijd om eens een nieuwe bikini te gaan kopen. Het leek me niet iets wat zo belangrijk is dat ik ervoor ik met de trein naar Utrecht zou mogen, en aangezien ik niet goed auto durf te rijden besloot ik op de fiets te gaan. Op mijn mintgroene opoefiets met mandje zou ik daar wel bijna een uur over doen, maar dan had ik meteen gesport.

Flink bezweet arriveerde ik een uur later bij de Bijenkorf, ik was veel te warm gekleed ook nog. Getver. Maar: er hing een leuke bikini voor half geld en ook nog precies in mijn maat, dat ging alvast goed. In het pashokje twijfelde ik toen ik hem aanhad. Was hij nou te klein? Ik vroeg hulp, schaamde me ondertussen voor mijn vieze zweetlijf en de verkoopster bevestigde wat ik al dacht en ging een maatje groter halen. Het lag vast aan het merk, besloot ik, en ik paste vrolijk het maatje groter.

In het hokje naast me voltrok zich hetzelfde. Ook daar concludeerde de verkoopster dat mevrouw een maatje groter nodig had. Het viel echter niet in goede aarde. ‘Ik wil gewoon mijn eigen maat,’ zei de vrouw boos. De verkoopster zei dat dat natuurlijk ook mocht, maar dat een grotere wellicht mooier zou zitten. Daar ging de vrouw niet aan beginnen. Ze mopperde nog lekker even door en zag toen tot haar afgrijzen dat er kwabjes aan de achter-zijkant boven haar bikini uitkwamen. ‘Deze bikini is niet goed!’ zei ze verontwaardigd, ‘Kijk hoe lelijk dit is!’

‘Dat hebben bijna alle vrouwen,’ suste de verkoopster. ‘Dat komt door het ouder worden, niet door de bikini.’

Het was wéér niet wat de vrouw wilde horen. Er volgde weer een hoop gekreun en gemopper. Ik besloot de verkoopster een handje te helpen en zei vanuit mijn hokje dat ik die kwabjes inderdaad ook had, sterker nog: ik had ze ook aan de voorkant! Het bleef akelig stil in het hokje naast me. De verkoopster vertrok en nu moest de echtgenoot van de vrouw eraan geloven.

‘Kijk nou hier, dat ziet er toch niet uit! En ze zegt dat het zo hoort! Ik heb mijn hele leven al een hekel gehad aan bikini’s kopen. Nou, kom, we gaan hem snel afrekenen.’ Voor de zekerheid hield ik me nog maar even schuil in mijn eigen hokje tot de kust weer veilig was. Ik hoopte dat ik goed naar zweet had geroken. Dat zou haar leren.

Geplaatst op Geef een reactie

Penvriendinnen (1)

In 2013 ging ik op zoek naar een penvriendin. Daarvoor had ik wel wat aan postcrossing gedaan, wat ook heel leuk was, maar liever wilde ik brieven schrijven met iemand. Ik zocht op internet naar oproepjes en las er talloze. Het waren bijna allemaal vrouwen. Bij bijna iedereen stond erbij: ik houd van shoppen en uitgaan met vriendinnen. Dat was niet wat ik zocht, dat wist ik meteen. Eén oproepje sprak me erg aan. Het is jammer dat ik het niet bewaard heb, maar er stond in ieder geval iets in als: ik sta bewust in het leven (en ze had het niet over shoppen). Het was alleen een erg oud oproepje.

Toch reageerde ik. Waar ik al bang voor was klopte: deze vrouw had allang penvriendinnen gevonden. Maar, zei ze, als je mij nou een brief schrijft dan kunnen we eens kijken. Die eerste brief voelde daarom een beetje als een sollicitatiebrief. Helaas bewaar ik nooit kopieën, ik zou hem nog wel eens willen lezen. Haar eerste brief heb ik uiteraard nog wel, hij telde zeven kantjes. Als ik hem nu teruglees verbaas ik me erover dat het gewoon lijkt alsof we elkaar al kenden toen. We schreven over de dagelijkse dingen, creativiteit, boeken, ons gezin. Een enkele zin verraadt het, ze schrijft bijvoorbeeld: ‘Ik schreef over mijn zwangerschap, maar dat stond natuurlijk niet in mijn oproepje en dat is nieuw voor jou! Ik ben bijna 32 weken zwanger van ons tweede kindje.’

Het bizarre toeval was dat ze één treinstation verderop woonde. Toch spraken we nooit af, we waren penvriendinnen en leerden elkaar kennen via onze brieven. Er ontstond een bijzondere vriendschap. De eerste keer dat ik haar zag was op de boekpresentatie van Jane (Austen) voor iedereen, wat ik geïllustreerd had. Ik nodigde haar uit, wilde deze mijlpaal graag ook met haar vieren omdat ze me dierbaar is. En ze kwam. Ik moest steeds naar haar kijken tijdens de speeches, ik was zo nieuwsgierig! Ze kwam me daarna feliciteren en gaf me bloemen. Waar we al 4 jaar kantjes vol naar elkaar schreven wist ik opeens niet zo goed wat ik moest zeggen. We schreven weer verder en overlegden of we een afspraak zouden maken. Na 5 jaar schrijven deden we dat. Het was vreemd en ook vertrouwd en het was goed. En ook daarna schreven we gewoon weer verder, tot op de dag van vandaag.

Geplaatst op 1 Reactie

Blij

Vrijdag is mijn lievelingsdag. De markt op de Brink, verse bloemen op tafel, het weekend in het vooruitzicht en vandaag is het ook nog mooi weer! Ik voel me blij. Deze week had ik eigenlijk al wel genoeg uren gemaakt vond ik, dus ik hoefde van mezelf niet zoveel. En toch zat ik om 8 uur al weer achter mijn bureau. Het is gewoon zo leuk om aan mijn bedrijf te werken!

We hebben afgesproken met z’n allen in de tuin te lunchen straks om 13.00 uur. Ik heb mijn mooie nieuwe sandalen aan, een leuk rokje en een hemdje, ik houd van zomerkleren. Het leven is goed. Gisteren haalde ik op de terugweg van mijn werk weer kersen bij boer Erik. ’s Avonds wandelde ik met een vriendin en we dronken een glas wijn op het terras bij Loetje. Goede gesprekken om vandaag nog aan terug te denken, ik ben dankbaar voor de fijne vriendschappen die ik heb.

Ook ben ik de laatste tijd van alles moois aan het lezen. Drie boeken tegelijk zelfs. Ik begon met Pelgrim langs Tinker Creek, een natuurdagboek. Het is erg mooi, maar ik moet wel mijn best doen om alles goed te volgen (en soms lukt dat dan nog niet). Omdat ik daar niet altijd zin in heb – soms zoek ik meer ontspanning – ging ik Het zoutpad ernaast lezen, een boek waar ik al snel verliefd op werd, helemaal naar mijn hart en het leest als een trein bovendien. Ik begrijp niet dat ik dat niet al veel eerder las! Daarnaast lees ik dan ook nog af en toe een column van Sylvia Witteman uit haar nieuwste bundel, gewoon omdat ik haar ontzettend grappig vind!

Maar ook ben ik blij omdat woensdag mijn nieuwe kaarten van de drukker kwamen. Altijd weer spannend, hoe zouden ze geworden zijn? Ze zien er echt super uit en de eerste bestellingen via mijn webshop zijn al onderweg. Hoe leuk is dat? Ik zit vol nieuwe plannen en dromen, en ook vol vertrouwen om ze te verwezenlijken! Ik heb er zin in!

Geplaatst op Geef een reactie

Corona-kilo’s

Er spelen nogal wat belangrijkere dingen in de wereld, maar stiekem maak ik me wel druk om mijn corona-kilo’s. Als ik eerlijk ben zijn het ook niet alleen coronakilo’s, maar was ik al een jaar wat zwaarder. De afgelopen drie maanden kwam daar misschien nog een kilo’tje bij, en corona de complete schuld geven is dan wel zo makkelijk. Maar je hebt er tegelijkertijd ook weer niks aan, dat is zo jammer.

Al een jaar lang roep ik dat er wat af moet. Als ik een maandje niet zou snoepen/chips eten/twee keer opscheppen/wijn drinken zou het ook zo gepiept zijn. Als. Het afgelopen jaar ben ik dat denk ik elke maandag wel van plan geweest. Maar op de een of andere manier vergeet ik heel snel. Het wil niet lukken. Wat zeker niet helpt is dat ik ook altijd wel trek heb. (Dat is echt heel onhandig trouwens als je minder wilt eten.)

Gisteren verzuchtte ik dit allemaal bij een jarige vriendin. Het taartje sloeg ik af, dat vond ik meteen al heel ongezellig en jammer, het was nog zelfgebakken ook.

‘Hoe kan het toch dat ik zo’n slappeling ben? Voorheen vond ik het altijd wel een leuk project, een paar weken niet snoepen,’ zei ik.

‘Misschien hoeft het geen leuk project te zijn, maar moet je het gewoon doen,’ antwoordde ze, ‘omdat je het nodig vindt.’

Ik vond dat ze gelijk had, alleen dat woordje ‘gewoon’ zat me nog dwars. Op de terugweg naar huis haalde ik kersen en aardbeien bij boer Erik, dat leek me een goed begin.

Geplaatst op 1 Reactie

Ik toon en ik oordeel

Ken je dat? Dat je met een onderwerp bezig bent en het dan ook opeens overal tegenkomt? De afgelopen dagen heb ik dat steeds maar weer. Heel bijzonder. Vanochtend was het meteen weer raak, het kwam zo:

Gisteren stond ik in onze plaatselijke krant, de VAR. Super leuk natuurlijk! De Polderwachter* had het gevraagd en als ik aan de Polderwachter denk, denk ik altijd aan wat ik nog allemaal wil leren. Ik heb namelijk het gevoel dat hij niet oordeelt. Hij is een natuurmens, heeft geen auto, doet alles op de fiets, gaat compleet zijn eigen weg en bedacht zelfs zijn eigen beroep. Op social media post hij mooie verhalen en foto’s uit de polder. Maar nooit is hij kritisch tegenover mensen die wel autorijden, vliegen of afval in de polder laten slingeren. En eigenlijk maakt dat nu juist precies dat hij me aan het denken zet.

Want ik oordeel best vaak. En pas daarna probeer ik het van de andere kant te bekijken en niet te oordelen. Ik zou dat eerste oordeel graag overslaan, maar dat lukt me nog niet. Nou ja, daarover dacht ik dus na terwijl ik gisteren de VAR bekeek. Vanochtend besloot ik daar een stukje over te schrijven, want het houdt me bezig. En wat verscheen er vandaag op mijn Flow scheurkalender? Een tekstje over oordelen! Dat kan toch geen toeval zijn?

Als ik oordeel gaat het vaak over dingen die me aan het hart gaan. Ik vind dan bijvoorbeeld iets van mensen die hun afval nog steeds niet scheiden (onbegrijpelijk!), of naar de andere kant van de wereld vliegen om daar de natuur te bekijken (dat noemt zich natuurliefhebber!), of mensen die met hun houtkachel de boel vervuilen (waar is je gezond verstand?) Pas daarna denk ik: Oké, kijk naar jezelf! Ik scheid dan wel goed afval maar ik douche elke dag veel te lang, alsof dat goed is. En zo om het jaar zit ik toch ook wel in een vliegtuig, niet zo ver, maar toch. En ik doe vast nog veel meer onhandige dingen die ik zelf niet eens zie. Iedereen is anders, en iedereen doet zijn best.

Wat ik wel beter begin te leren is dat ik mijn eerste gevoel niet meteen hoef te uiten. Dat ik beter kan wachten tot ik het in mijn hoofd weer wat genuanceerd heb. En dat is al een hele stap vooruit!

* Ken je de Polderwachter nog niet? Kijk dan even op www.polderwachter.nl

Geplaatst op Geef een reactie

Dagboek

Eén ding wist ik zeker toen ik mijn website ging maken: er hoefde geen blog op. Ik schrijf wel graag, maar ik ben geen schrijver. Omdat ik 17 jaar redacteur ben geweest heb ik nog altijd een beetje moeite om zelfgeschreven stukjes te posten. Teksten redigeren is iets anders dan teksten schrijven. Wat zouden auteurs die ik begeleid heb wel niet denken van mijn eigen gebroddel? Of oud-collega’s?

Ik schrijf graag uit de losse pols over dagelijkse dingen. Geen Literatuur. Ik heb er plezier in, net zoals ik van tekenen en schilderen houd. Dit alles combineren vind ik misschien wel het mooiste wat er is om te doen. Het vult elkaar aan. Als ik maar teken, schilder en schrijf, dan gaat het goed met mij!

Een voordeel van ouder worden is dat ik me minder ga schamen en meer mijn eigen weg ga. Me minder probeer aan te trekken van wat anderen misschien zullen denken. Vandaar dat ik mijn stukjes wel steeds post op social media. En vandaar dat ik vandaag heb besloten om toch ruimte voor een blog te maken op mijn website, zodat mijn site zal gaan leven. Ik hoop dat sanneschildert.nl daarmee zal uitgroeien tot een leuke plek om te bezoeken.

Vanochtend moest ik denken aan mijn vader, die schrijft sinds ik me kan heugen. Hele scheikundelesmethoden, maar ook columns in het tennisclubblad vroeger en hij stuurt al minstens 10 jaar al zijn vrienden zijn inmiddels beroemde vakantieverhaaltjes. ‘Heeft niets om het lijf’, zegt hij altijd, hij vindt het gewoon leuk om te doen. Ik denk dat ik op hem lijk. (behalve dan die baard en ik heb bepaald ook geen exacte genen geërfd…)

Hij noemt het verhaaltjes, ik noem mijn schrijfsels dagboek, want dat is wat het is. Op facebook en instagram post ik voortaan de beelden met een linkje naar het verhaaltje (haha) op sanneschildert.nl, zo ben je er in één of twee klikken en bouw ik hier iets moois op.